Premierestitutie WAO-gatverzekeringen; nieuwe WIA-gatverzekeringen?

Premierestitutie WAO-gatverzekeringen; nieuwe WIA-gatverzekeringen?
Datum: 00-00-0000
Uitgavejaar en uitgavenummer: 2005 / 112

Uitspraak

Inmiddels zal bij de meeste werkgevers wel bekend zijn dat recht bestaat op teruggave van in 2004 en 2005 betaalde premies voor WAO-gatverzekeringen. Het verzekerde risico (namelijk dat een WAO-uitkering wordt toegekend, die na een aanvankelijke loongerelateerde periode waarin 70% van het (dag)loon wordt betaald, wordt gevolgd door een lagere vervolguitkering) doet zich immers met terugwerkende kracht niet voor. Werknemers die in 2004 en 2005 arbeidsongeschikt zijn geworden, krijgen immers geen WAO-uitkering meer, maar een uitkering op grond van de WIA. Verzekeraars die geen risico hebben gelopen zijn wettelijk verplicht tot teruggave van premie. Het is daarbij wel de vraag of dat ook geldt voor het deel van de premie, dat niet strekt tot dekking van risico’s maar tot dekking van winst (bijvoorbeeld de provisie van de assurantietussenpersoon) of van admini-stratieve kosten. Werkgevers doen er echter goed aan om er kritisch op toe te zien of het juiste bedrag aan premie gerestitueerd wordt.

Daarnaast dienen werkgevers en werknemers zich af te vragen of en in hoeverre een overeenkomstige verzekering voor de WIA dient te worden gesloten.

Voor de IVA-regeling bestaat er geen soortgelijk “gat” als het WAO-gat. De IVA-uitkering beloopt 70% (wellicht zelfs 75%) van het (dag)loon, ongeacht de duur van de uitkering.

De WGA-uitkering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten kent echter twee “gaten”. Allereerst is onder de WGA slechts inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid vanaf 35% (en niet zoals onder de WAO: vanaf 15%) verzekerd. De wegvallende 20% zouden in beginsel verzekerd kunnen worden. Op de tweede plaats is onder de WGA de hoogte van de uitkering na een eerste loongerelateerde fase (waarvan de duur afhankelijk is van het arbeidsverleden) afhankelijk van de mate waarin de uitkerings-gerechtigde er maandelijks in slaagt om voor 50% van het deel waarvoor hij nog arbeidsgeschikt geacht wordt (zijn “resterende verdiencapaciteit”) inkomsten uit arbeid te verdienen. Afhankelijk van of hij daar wel of niet in slaagt, ontvangt hij een (hoge) loonaanvullingsuitkering of een (lage) vervolguitkering. Het verschil tussen beide uitkeringen, vormt een tweede “gat”. Het gaat hier echter in eerste instantie om een werkloosheidsrisico, immers betreffende het deel waarvoor de werknemer niet arbeidsongeschikt is. Bedacht dient te worden dat naast de WGA-uitkering als regel géén afzonderlijke WW-uitkering wordt toegekend.

Het is zeer de vraag in hoeverre voor de “gaten” in de WGA-uitkering verzekeringen beschikbaar zullen komen. Tot nu toe zijn ons slechts verzekeringen bekend die de “gaten” maar gedeeltelijk vullen. Werkgevers en werknemers doen er goed aan de ontwikkelingen op de verzekeringsmarkt nauwgezet te volgen, en zich desgewenst tijdig van een aanvullende verzekering te voorzien. Daarbij dient bedacht te worden dat verzekeringsmaatschappijen als regel geen dekking zullen willen bieden aan werknemers die al arbeidsongeschikt zijn. Dat risico treft nu per definitie al werknemers die in 2004 en 2005 arbeidsongeschikt geworden zijn. De Tweede Kamer heeft de Minister ertoe aangezet om met verzekeraars in overleg te gaan om daarvoor een oplossing te bedenken.