Accountant aansprakelijk gesteld door teleurgestelde klant

Als in de relatie tussen een accountantskantoor en zijn cliënt niet langer sprake is van weder-zijds vertrouwen, kan dat leiden tot een juridische procedure met allerlei onverkwikkelijkheden.

Agro B.V. houdt zich bezig met het beleggen, bemiddelen en beheren van onroerende zaken, met name in de agrarische sector. Gedurende een aantal jaren wordt zij op administratief gebied bijgestaan door Accountantskantoor Altegoed. Altegoed verzorgt het inboeken van de administratie, de samenstelling van de jaarrekeningen en verzorgt de aangiften inkomsten- vennootschaps- en omzetbelasting voor Agro en de heer Ontevreden.

Vanaf het jaar 2000 begint de relatie tussen Agro B.V. en Altegoed te vertroebelen. Dit uit zich in het steeds later, of helemaal niet betalen van de rekeningen van Altegoed door Agro B.V., en het steeds vaker te laat, of niet, of onzorgvuldig uitvoeren door Altegoed van haar werkzaamheden. Uiteindelijk wordt de relatie per juli 2004 definitief verbroken.

Op 20 januari 2005 wordt Altegoed door de advocaat van Agro B.V. aansprakelijk gesteld. Agro B.V. vindt dat Altegoed haar werk als administratieve dienstverlener, waarvoor zij door Agro B.V. was ingeschakeld, niet goed heeft uitgevoerd. Als gevolg hiervan, zo vindt Agro B.V., heeft Agro B.V. schade geleden, welke schade door Altegoed moet worden vergoed. Altegoed is van mening dat zij helemaal niet tekort is geschoten, of dat sprake is van geleden schade.

De aspecten in de dienstverlening, waarin Altegoed tekort zou zijn geschoten, betroffen de volgende zaken:
"- Door de belastingdienst werden over de jaren 2000 en 2001 vergrijpboetes opgelegd ter grootte van € 50.000 in verband met het te laat indienen van de aangiften inkomstenbelas-ting en omzetbelasting.
"- Er zou ten onrechte een bedrag van ruim € 100.000 aan inkomstenbelasting betaald zijn over een schadeverzekeringsuitkering.
"- Er zou sprake zijn van belastingschade voor een bedrag van ruim € 200.000 omdat ver-mogensbestanddelen ten onrechte tot het zakelijk vermogen zouden zijn gerekend.

De kwestie wordt voorgelegd aan de rechter. Met betrekking tot de vergrijpboetes stelt de rechtbank Agro B.V. in het gelijk. De rechtbank acht Altegoed daarvoor aansprakelijk. De aan Altegoed verstrekte opdracht hield mede in het verzorgen van de aangiften en deze zijn te laat ingediend. Van de totale schade dient volgens de rechter echter wel een deel, namelijk de helft, voor eigen rekening van Agro B.V. te blijven. Agro B.V. kan zich volgens de rechtbank niet volledig achter haar accountant verschuilen omdat de belastingdienst het opleggen van de vergrijpboetes aan Agro B.V. heeft onderbouwd met de stelling dat Agro B.V. had kunnen weten dat er iets niet klopte, omdat voorheen nooit iets verkeerd ging en vanaf 2000 de indiening van de aangiften steeds vertraging opliepen en er vanaf 2002 zelfs helemaal niets meer werd ondernomen. Daarnaast heeft Agro B.V. helemaal geen facturen bewaard, terwijl zij als ondernemer ook zonder dat een extern adviseur haar daarop had moeten wijzen had moeten begrijpen, dat zij een administratie diende te voeren.

De vordering van € 100.000 met betrekking tot de aansprakelijkstelling voor betaalde inkomstenbelasting over de schadeverzekeringsuitkering wordt door de rechtbank afgewezen. Dit omdat Agro B.V. te lang heeft gewacht met het aansprakelijk stellen van Altegoed voor deze schade, waarvan de rechtbank overigens, bij overweging ten overvloede, nog in twijfel trekt of überhaupt wel sprake is van schade. Er is namelijk sprake is van een discussiepunt ten aan-zien van het wel of niet belastbaar zijn van de uitkeringen en het kan Altegoed niet verweten kan worden dat zij destijds het standpunt innam, zoals dat door haar werd ingenomen. Dat doet er echter allemaal niet toe, omdat Agro B.V. door eerst in mei 2008 over te gaan tot het aansprakelijk stellen van Altegoed te lang gewacht heeft en de vordering dus om die reden al moet worden afgewezen.

Dat Agro B.V. nog niet is overgegaan tot aansprakelijkstelling bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting (in 1997) of het afgeven van de beslissing op bezwaar door de belastingdienst (in 2003) acht de rechtbank niet relevant, omdat Altegoed niet kan bewijzen daarover op dat moment met Agro B.V. overlegd te hebben. De beslissing op bezwaar is geadresseerd aan Altegoed. Het moment waarop Altegoed wel op de hoogte was, is gelegen in 2005. Dit is door Agro B.V. mondeling verklaard tijdens de comparitiezitting in het kader van de procedure. Agro B.V. heeft vervolgens nog drie jaar gewacht alvorens over te gaan tot de aansprakelijkstelling en dat is volgens de rechter niet "binnen bekwame tijd", zoals de wet dat vereist. Daarmee heeft Agro B.V. haar recht tot aansprakelijkstelling van Altegoed verspeeld.

De claim van € 200.000 inzake belastingschade voor het opnemen van vermogensbestanddelen in het zakelijk vermogen wordt door de rechter volledig afgewezen, omdat niet is gebleken dat Altegoed ter zake niets heeft gedaan. Als bewijs neemt de rechter genoegen met een enkele brief van Altegoed aan Agro B.V., waarin zij meedeelt dat zij met een onderzoek bezig is en dat de uitkomsten van dat onderzoek later zullen volgen, en de verklaring ter zitting dat er geen mogelijkheden waren.

Naast deze schadeposten had Agro B.V. ook vergoeding gevraagd van de kosten die zij heeft moeten maken voor de vaststelling van de schade en het beperken daarvan. In totaal werd hiervoor een bedrag van € 110.000 aan accountantskosten opgevoerd. Deze vordering wordt door de rechtbank toegewezen, maar wel in hoogte beperkt omdat de rekening van de (nieu-we) accountant onvoldoende is gespecificeerd, zodat niet duidelijk is op welke jaren de werk-zaamheden betrekking hebben en ook niet op welke werkzaamheden. Van het totale bedrag wordt uiteindelijk € 40.000 geacht betrekking te hebben op deze kwestie, waarvan de rechter dan € 10.000 voor rekening van Altegoed brengt.

Altegoed werd door Agro B.V. aansprakelijk gesteld voor een totaalbedrag van maar liefst € 450.000 waarvan uiteindelijk slechts een bedrag van € 35.000 (nog wel te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum uitspraak) door de rechter is toegewezen.


Rechtbank Arnhem, 22 februari 2012, 211121, LJN BV7773

De relatie tussen een accountantskantoor en een cliënt behoort gestoeld te zijn op wederzijds vertrouwen. Zowel het accountantskantoor als de cliënt hadden zich veel tijd, kosten en ellende kunnen besparen door de relatie veel eerder te verbreken. Mogelijk is het accountantskantoor zijn werkzaamheden gaan beperken toen de cliënt slechter ging betalen, maar achteraf was het waarschijnlijk beter geweest om op dat moment de relatie in zijn geheel te verbreken. Het "doormodderen" kwam het kantoor nu te staan op een juridische procedure en een (zij het uiteindelijk relatief beperkte) schadevergoeding, die het kantoor zich wellicht had kunnen besparen.

15 mei 2012



mr. L.K. (Liesbet) Wouterse



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.