De Hoge Raad heeft geoordeeld
over de geldigheid van afspraken in arbeidsovereenkomsten waarin een variabel
all-in loon is opgenomen, in relatie tot het wettelijke recht op betaalde
vakantie.
De zaak betrof fysiotherapeuten
met een loon dat afhankelijk was van omzet, inclusief een garantiesalaris en
een maandelijks uitbetaalde vakantietoeslag.
Volgens de Arbeidstijdenrichtlijn
en de jurisprudentie van het Hof van Justitie (o.a. Robinson-Steele) moet een
werknemer tijdens vakantie loon ontvangen dat vergelijkbaar is met het loon
tijdens gewerkte periodes. Een regeling waarbij het vakantieloon vooraf in het
reguliere loon is verdisconteerd, maar niet tijdens vakantie wordt doorbetaald,
is in strijd met artikel 7 van de richtlijn. Het doel is te voorkomen dat
werknemers financieel nadeel ondervinden en daardoor ontmoedigd worden om
vakantie op te nemen. Bij variabel loon, zoals omzetafhankelijk beloning, moet
dit worden meegenomen bij het berekenen van vakantieloon.
In deze zaak kregen de
fysiotherapeuten wel loon tijdens vakantie, maar zonder compensatie voor
omzetverlies, wat hen benadeelde. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat er geen
strijd was met het wettelijke verbod op verhaal van premies werknemersverzekeringen,
omdat het percentage werkgeverslasten vooraf was gefixeerd en werknemers geen
financieel risico liepen.
In ons commentaar gaan we ook in op de gevolgen voor
de betaling van oproepkrachten.
Arbeidsrecht Abonnement Plus & Top
Vaktechnisch Overleg
All-in loon fysiotherapeuten in strijd met vakantiewetgeving
Jaar en kwartaal: 2025, 4e kwartaal
Nummer: 6
Arbeidsrecht Abonnement Plus & Top
Verder lezen?
De bovenstaande tekst is een beknopte versie van het artikel. De volledige inhoud van dit artikel is alleen toegankelijk voor deelnemers aan het Arbeidsrecht Abonnement met een Plus abonnement of Top abonnement.