Voortzetting van lopende wetsvoorstellen
De nieuwe regering wil het volledige SER‑arbeidsmarktpakket doorzetten. Dit pakket omvat onder meer:
- de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar);
- de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen;
- de Wet meer zekerheid flexwerkers;
- de Wet re‑integratieverplichtingen tweede ziektejaar;
- de Wet personeelsbehoud bij crisis.
Het kabinet kiest voor een koerswijziging in de beoordeling van arbeidsrelaties.
Het wetsvoorstel Vbar wordt beperkt tot alleen het rechtsvermoeden; het onderdeel dat de beoordeling verduidelijkt vervalt. In plaats daarvan wordt ingezet op snelle indiening van de Zelfstandigenwet, een initiatief van VVD, D66, CDA en SGP.
Deze Zelfstandigenwet introduceert drie cumulatieve toetsen:
- zelfstandigentoets: criteria zoals werken voor eigen rekening en risico, bedrijfsinvesteringen, administratie, ondernemerschap, en voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen.
- werkrelatietoets: onder meer vrijheid van organisatie van werk en werktijd, geen hiërarchische controle en de bedoeling om buiten dienstbetrekking te werken.
- sectoraal rechtsvermoeden: extra rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst in sectoren met hoog risico op schijnzelfstandigheid.
Concurrentiebeding
Het kabinet wil modernisering van het concurrentiebeding, waarschijnlijk op basis van het concept-wetsvoorstel uit 2024. Belangrijke elementen zijn een maximale duur van één jaar, verplichte motivering, geografische afbakening, een maand vooraf informeren over het beroep op het beding, en een vergoeding van 50% maandsalaris per maand dat het beding geldt. Een minimumsalarisgrens is nog onzeker.
Transitievergoeding
De transitievergoeding wordt hervormd en vooral gericht op werk‑naar‑werktransities. Bij voldoende scholing en re‑integratie‑inspanningen kan de vergoeding lager worden of vervallen. De compensatie van transitievergoedingen bij langdurige arbeidsongeschiktheid wil het kabinet per 2028 afschaffen, mogelijk gecombineerd met afschaffing van deze vergoeding zelf.
WW‑uitkering
Per 2028 wordt de WW‑duur verkort naar één jaar. Vanaf 2030 wordt de duur verder beperkt tot een halve maand per dienstjaar. De referte‑eis wordt aangescherpt naar 42 van 52 weken. De uitkering wordt in de eerste twee maanden verhoogd naar 80%.
Loondoorbetaling en Poortwachter
De regering wil de loondoorbetaling bij ziekte "werkbaarder” maken, vooral voor MKB, zonder deze af te schaffen. In de Wet verbetering Poortwachter moeten administratieve lasten verminderen en meer duidelijkheid en maatwerk ontstaan.
Arbeidsongeschiktheid (WIA)
Op korte termijn wil het kabinet samenwerking tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen verbeteren, voorwaarden stellen aan herbeoordelingen en de IVA‑uitkering voor nieuwe gevallen per 2030 afschaffen. Verder wordt het stelsel activerender gemaakt via betere re‑integratieprikkels. In 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd.