Het gerechtshof Amsterdam moest oordelen over een
arbeidsrelatie tussen een lunchmedewerkster en een cateraar. De medewerkster
werkte sinds 2015 eerst als zzp’er tegen € 15 per uur, en vanaf mei 2016 op
basis van een arbeidsovereenkomst met een lager uurloon van € 12,55 bruto. In
april 2018 eindigde deze arbeidsovereenkomst, maar de medewerkster bleef werken
tegen een vergoeding van € 20 per uur als zzp’er. In 2023 werd de samenwerking
beëindigd.
De medewerkster stelde dat er sinds 2016 sprake was
van een arbeidsovereenkomst en vroeg om een transitievergoeding, gebaseerd op
een uurloon van € 44,77. De kantonrechter erkende de arbeidsovereenkomst vanaf
2016, maar stelde het uurloon op € 20 inclusief vakantietoeslag. De cateraar
ging in hoger beroep, omdat hij het niet eens was met de vastgestelde hoogte
van het loon.
Het gerechtshof oordeelde dat het zzp-tarief van €
20 niet geldt binnen een arbeidsovereenkomst. Omdat er geen loon was
afgesproken na april 2018, moest het hof een billijk loon vaststellen. Het hof
baseerde dit op het loon van € 13,08 dat in 2017 was afgesproken, verhoogd met
cao-indexeringen tot € 14,58 bruto per uur. Op basis hiervan werd de
transitievergoeding berekend die de cateraar moet betalen.
In een zaak waarover de kantonrechter Den Haag moest
oordelen werd het zzp-tarief daarentegen aangemerkt als bruto loon.
In ons
commentaar gaan we uitgebreid in op de risico’s die voor de
opdrachtgever/werkgever verbonden zijn aan het feit dat gewerkt wordt dan wel
in het verleden gewerkt is met een zzp’er die in feite een werknemer is c.q.
was.
Arbeidsrecht Abonnement Plus & Top
Vaktechnisch Overleg
Herkwalificatie van de overeenkomst met een zzp’er als arbeidsovereenkomst
Jaar en kwartaal: 2025, 4e kwartaal
Nummer: 3
Arbeidsrecht Abonnement Plus & Top
Verder lezen?
De bovenstaande tekst is een beknopte versie van het artikel. De volledige inhoud van dit artikel is alleen toegankelijk voor deelnemers aan het Arbeidsrecht Abonnement met een Plus abonnement of Top abonnement.