De kantonrechter Nijmegen oordeelde in 2024 dat deze wettelijke regeling in strijd is met de Arbeidstijdenrichtlijn, maar wees een vordering af omdat een richtlijnconforme uitleg niet tegen de wet in mag gaan. De kantonrechter Arnhem kende in 2025 wél vakantiedagen toe na het tweede ziektejaar, op basis van het Handvest van de grondrechten van de EU, dat recht geeft op jaarlijkse vakantie met behoud van loon.
De regering ziet geen noodzaak tot wetswijziging en meent dat de richtlijn niet ziet op werknemers bij wie na twee jaar ziekte geen loondoorbetalingsplicht meer geldt. Dit standpunt lijkt echter gebaseerd op een onvolledige lezing van de jurisprudentie van het Hof van Justitie, dat zieke werknemers gelijkstelt met werkenden voor het recht op betaalde vakantie.
Nieuwe rechtspraak (van de kantonrechter
Groningen, de kantonrechter Dordrecht en de kantonrechter Rotterdam) wijkt af
en oordeelt dat bij slapende dienstverbanden geen vakantie meer wordt
opgebouwd. Daarnaast bevestigt een recente beschikking van het Hof dat
ziekteverlof niet mag leiden tot verval of beperking van vakantierechten,
tenzij langdurige ziekte doeloverschrijdend wordt en een langere vervaltermijn
gerechtvaardigd is.
De kantonrechter Rotterdam heeft inmiddels besloten om de kwestie via een prejudiciële vraag voor te leggen aan de Hoge Raad, teneinde snel de gewenste duidelijkheid te krijgen.
De kantonrechter Rotterdam heeft inmiddels besloten om de kwestie via een prejudiciële vraag voor te leggen aan de Hoge Raad, teneinde snel de gewenste duidelijkheid te krijgen.