Opzegverbod bij ziekte in geval van ontbinding van arbeidsovereenkomst wegens vervallen van arbeidsplaats


In een procedure waarbij de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een cassatieberoep "in het belang van de wet” had ingesteld, oordeelde de Hoge Raad over de werking van het opzegverbod tijdens ziekte in een geval waarin de werknemer zich ziek had gemeld nadat de werkgever de (afgewezen) ontslagaanvraag het UWV had ingediend maar voordat de werkgever vervolgens een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter had ingediend.

De wet bepaalt enerzijds dat het opzegverbod tijdens ziekte niet geldt als de arbeidsongeschiktheid is aangevangen nadat de ontslagaanvraag bij het UWV is ingediend en anderzijds dat het opzegverbod tijdens ziekte niet geldt als de arbeidsongeschiktheid is aangevangen nadat het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter is ingediend.

De Hoge Raad oordeelde dat het opzegverbod tijdens ziekte ook niet geldt als de arbeidsongeschiktheid is aangevangen nadat de ontslagaanvraag bij het UWV is ingediend  maar voordat de werkgever vervolgens een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter heeft ingediend.

Verder lezen?

De bovenstaande tekst is een beknopte versie van het artikel. De volledige inhoud van dit artikel is alleen toegankelijk voor deelnemers aan het arbeidsrecht abonnement© met een plus abonnement of top abonnement. U kunt hieronder inloggen om het artikel te lezen.

Via dit formulier kunt u zich aanmelden voor het arbeidsrecht abonnement© of kunt u uw bestaande abonnementsvorm wijzigen.

Inloggen

Indien u deelnemer aan het arbeidsrecht abonnement© bent, kunt u hieronder inloggen om het artikel te lezen.