In recente rechtspraak staat
centraal of een vaststellingsovereenkomst kan worden vernietigd wegens
wederzijdse dwaling wanneer kort na het sluiten daarvan blijkt dat de werknemer
ernstig ziek is. Uit de besproken uitspraken blijkt dat deze beoordeling sterk
afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.
In de zaak bij de kantonrechter
Rotterdam werd het beroep op dwaling afgewezen. Doorslaggevend was dat het
initiatief tot beëindiging bij de werkneemster lag, terwijl al onzekerheid
bestond over haar gezondheidsklachten. Zij had bewust gekozen voor beëindiging
in de hoop dat dit haar klachten zou verlichten. De rechter oordeelde dat deze
onzekerheid voor haar risico kwam en dat het niet redelijk is de gevolgen
daarvan bij de werkgever neer te leggen. Dat later een ernstige ziekte werd
vastgesteld, veranderde dit uitgangspunt niet.
De kantonrechter Alkmaar kwam tot
het tegenovergestelde oordeel en honoreerde het beroep op wederzijdse dwaling.
Daar stond vast dat de werknemer bij het sluiten van de overeenkomst al ernstig
ziek was, terwijl beide partijen uitgingen van volledige arbeidsgeschiktheid.
De gevolgen van beëindiging bleken zeer nadelig, onder meer voor loon, sociale
zekerheid en pensioen. De rechter oordeelde dat de overeenkomst bij een juiste
voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten en dat de dwaling niet voor rekening
van de werknemer mocht blijven.
De rechtspraak bevestigt dat
terughoudendheid geldt, maar dat vernietiging mogelijk is als de feitelijke
uitgangspunten wezenlijk onjuist blijken.
Arbeidsrecht Abonnement Plus & Top
Vaktechnisch Overleg
Vernietiging vaststellingsovereenkomst wegens dwaling
Jaar en kwartaal: 2026, 2e kwartaal
Nummer: 2
Arbeidsrecht Abonnement Plus & Top
Verder lezen?
De bovenstaande tekst is een beknopte versie van het artikel. De volledige inhoud van dit artikel is alleen toegankelijk voor deelnemers aan het Arbeidsrecht Abonnement met een Plus abonnement of Top abonnement.