Verzamelwet SZW 2017

Jaar en kwartaal
2016, 4e kwartaal
Nummer
12

Bronnen:

  • Voorstel van wet Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2017),Tweede Kamer 2015-2016, 34528


Middels de Verzamelwet SZW 2017 worden technische correcties en kleine beleidswijzigingen aangebracht in diverse wetten op het gebied van de sociale zekerheid. Het gaat dan met name over het volgende:

Burgerlijk Wetboek
  •  artikel 7:671a lid 5 BW: in onderdeel b wordt de verwijzing naar artikel 7:628a BW vervangen door ‘waarin de omvang van de arbeid niet is vastgelegd’. Als gevolg hiervan kan het UWV alleen toestemming geven om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen nadat de werkgever oproepovereenkomsten heeft beëindigd waarin de omvang van de arbeid in zijn geheel niet is vastgelegd. Of de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht al dan niet zijn vastgelegd, is voor de toepassing van artikel 7:671a BW niet relevant.
Ziektewet
  • artikel 29 lid 10 ZW: het te laat aanvragen van een WIA-uitkering leidt tot verlenging van de periode waarover de eigenrisicodragende werkgever ziekengeld moet betalen;
  • artikel 29 lid 1 ZW: lid 1 wordt aangepast zodat de verzekerde die ziek is aansluitend op de faillissementsuitkering op grond van artikel 61 WW aanspraak kan maken op ziekengeld, indien de civielrechtelijke opzegtermijn (BW) langer is dan de opzegtermijn die geldt in het kader van Hoofdstuk IV van de WW;
  • artikel 29h ZW: met de WWZ is voor de WW-gerechtigde die na 13 weken ziekte nog steeds ongeschikt is voor zijn arbeid, opgenomen dat het ziekengeld op dezelfde manier berekend wordt als de daaraan voorafgaande (reguliere) WW-uitkering (het ZW-dagloon is gelijk aan het dagloon van die WW-uitkering. Voorgesteld wordt om deze regeling ook van toepassing te laten zijn voor een WW-gerechtigde die recht krijgt op ziekengeld (1) bij ziekte als gevolg van orgaandonatie (2) bij ziekte door zwangerschap of bevalling (3) bij ziekte binnen vier weken na het eindigen van het recht op WW. Artikel 29h ZW is niet van toepassing op uitkeringsgerechtigden van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 juli 2015;
  • artikel 52 lid 5 ZW: de werkgever, die eigenrisicodrager voor de ZW is, krijgt zelf de bevoegdheid toestemming te geven voor een proefplaatsing in het kader van de ZW. De werknemer, die de werkzaamheden op een proefplaats gaat verrichten, is voor de duur van de proefplaatsing niet verplicht om passende arbeid te verkrijgen.
 WW·
  • artikel 8 lid 2 WW: de hoedanigheid van werknemer gaat niet verloren voor het aantal uren waarop de betrokkene werkzaamheden als zelfstandige heeft verricht in de periode van 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan het moment waarop de werkzaamheden in dienstbetrekking, waaruit de betrokkene werkloos is geworden, eindigen. Aan deze bepaling is toegevoegd dat het ook om andere ‘niet verzekeringsplichtige werkzaamheden’ gaat;
  •  artikel 19 lid 7 en 12 WW: de werknemer op wie een uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in lid 3 en 4 heeft enkel geen recht op een WW-uitkering als die omstandigheid (uitsluitingsgrond) zich voordoet in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden. Lid 12 komt te vervallen.
WAZO:
  • artikel 3.10 WAZO: er wordt een lid toegevoegd, dat ertoe strekt dat de nawerking van dit artikel niet geldt als de betrokkene voorafgaand recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA.
WIA·
  • artikel 1 WIA: de definitie van arbodienst in de WIA wordt aangepast aan de definitie die wordt opgenomen in artikel 1 lid 1 ZW;
  • artikel 82 lid 6 WIA: van het eigenrisicodragerschap worden ook uitgesloten (1) WGA-uitkeringen aan zieke werklozen en (2) WGA-uitkeringen aan vangnetters die ziekengeld ontvangen, die verstrekt zijn direct aansluitend op een dienstbetrekking waarin de werknemer ziekengeld ontving op grond van de no-riskpolis.
Wet financiering sociale verzekeringen
  • artikel 38h lid 3 Wfsv wordt in die zin gewijzigd dat de vaststelling van de quotumheffing plaats dient te vinden voor 1 november in plaats van voor 1 augustus volgend op het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt vastgesteld.