Anciënniteitsbeginsel geldt ook bij wederindiensttreding

Uitgavejaar: 2004
Uitgavenummer: 98
Vindplaats: Kantonrechter Deventer 19 oktober 2004, nummer 245989 VV 04-26, www.rechtspraak.nl ljn-nummer AR5890

Uitspraak

Aan een fabrikant van chips is op 30 maart 2004 wegens bedrijfseconomische redenen door het CWI toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst te beëindigen met negentien inpakkers. Aan elk van de ontslagvergunningen is de voorwaarde verbonden dat de chipsfabrikant binnen 26 weken na de dag waarop de toestemming is gegeven geen inpakkers in dienst mag nemen voordat de werknemer in de gelegenheid is gesteld die werkzaamheden te hervatten. Op 31 maart 2004 is de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 mei 2004. Van deze negentien inpakkers verklaren zich er vijf bereid de werkzaamheden nog tot de ontslagdatum voort te zetten. De overigen worden tot 1 mei 2004 op non-actief gesteld. In de loop van de maand april 2004 blijkt dan toch nog behoefte te bestaan aan de diensten van vijf inpakkers. Daarom wordt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangeboden aan de vijf inpakkers die nog niet op non-actief gesteld zijn.

Een inpakster die wel op non-actief is gesteld, stelt vervolgens dat die arbeidsovereenkomst aan haar had moeten worden aangeboden, omdat zij langer in dienst was dan vier van de vijf inpakkers die thans een arbeidsovereenkomst aangeboden hebben gekregen. Dat standpunt wordt door de kantonrechter gehonoreerd met het argument dat, wanneer van meet af aan was gebleken dat niet negentien, maar slechts veertien inpakkers ontslagen hadden moeten worden, geen ontslagvergunning zou zijn verleend voor de betreffende inpakster. Alle verweer daartegen van de chipsfabrikant mag niet baten en de loonvordering van de inpakster wordt in kort geding bij wijze van voorlopige voorziening toegewezen.


Commentaar

Hoewel de toepasselijkheid van het anciënniteitsbeginsel in dit geval wel voor de hand ligt, volgt deze niet uitdrukkelijk uit het Ontslagbesluit.

Een andere vraag, die in de onderhavige procedure wel aan de orde gesteld had kunnen worden, maar niet aan de orde gesteld werd, is de vraag of de wedertewerkstellingsvoorwaarde die verbonden is aan de verlening van de ontslagvergunning, toelaat dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangeboden. Denkbaar is ook dat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in ere moet worden hersteld. De wet staat in elk geval niet in
de weg aan een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd volgend op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, mits de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden of door één van de partijen rechtsgeldig is opgezegd (zoals hier het geval was).



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.