Arbeidsrecht nu ook opgenomen in nieuw Burgerlijk Wetboek (BW)

Uitgavejaar: 1997
Uitgavenummer: 8
Vindplaats: Zie: wet van 6 juni 1996, Staatsblad 1996, 406

Uitspraak

Op 1 april 1997 is de Vaststellingswet titel 7.10 BW in werking getreden. Daardoor is het arbeidsrecht nu ook opgenomen in het nieuw BW (boek 7, bijzondere overeenkomsten). De oude regeling, die tijdelijk was opgenomen in boek 7A van het BW, komt daarmee te vervallen. Afgezien van de veranderde nummering van de artikelen, zijn de wijzigingen in het arbeidsrecht beperkt gebleven. Een aantal verouderde bepalingen is verwijderd, de terminologie is wat bij de tijd gebracht, sommige formuleringen zijn verduidelijkt en er is meer logica gebracht in de volgorde van de artikelen. Toch hebben er ook wat inhoudelijke wijzigingen plaats gevonden. De belangrijkst zijn:

  • deHet verbod op de arbeidsovereenkomst tussen echtgenoten is afgeschaft.
  • Loon kan voortaan ook worden betaald in de vorm van een aandelenoptieregeling of een auto van de zaak.
  • De aansprakelijkheid van de werkgever voor schade als gevolg van een arbeidsongeval wordt verscherpt doordat de bewijslast voor het voldoen aan veiligheidsvoorschriften op de werkgever wordt gelegd. De jurisprudentie had zich eerder al sterk in deze richting ontwikkeld.
  • Uitdrukkelijk bepaald is dat een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst zelf (en niet in een CAO of personeelsgids) moet worden overeengekomen. Ook onder het oude recht werd dit echter al aangenomen.
  • Minderjarigen van 16 jaar en ouder zijn nu ook zonder machtiging van de ouders gerechtigd een arbeidsovereenkomst aan te gaan.
  • De vordering tot vergoeding van niet-genoten vakantiedagen verjaart voortaan pas na vijf jaar in plaats van na zes maanden.
  • De verjaringstermijn van de aanspraak op vakantiedagen (twee jaar) begint voortaan pas te lopen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Voorheen verjaarde de aanspraak op vakantiedagen van dag tot dag.
  • De meeste afwijkingen van dwingendrechtelijke wetsbepalingen in het arbeidsrecht zullen voortaan vernietigbaar zijn in plaats van nietig. Dit betekent dat alleen de werknemer (als degene die door de wetsbepaling beschermd wordt) en niet de werkgever er nog een beroep op kan doen, dat de rechter de nietigheid alleen op verzoek van de werknemer en niet ambtshalve kan uitspreken en dat het beroep op de nietigheid na drie jaar verjaart.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.