Geen ontslag wegens verzwijging ziekte bij sollicitatie

Uitgavejaar: 2005
Uitgavenummer: 104
Vindplaats: De uitspraak van de kantonrechter geeft duidelijk aan waar het om gaat bij verzwijging van gezondheidsgebreken tijdens de sollicitatie: de werknemer moet alleen die gebreken melden, waarvan hij weet dat die hem ongeschikt maken voor het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden. Dat was hier niet het geval, tenminste niet als met de kantonrechter moet worden aangenomen dat het risico van HIV-besmetting van klanten door de werknemer niet bestond.

Uitspraak

Een werknemer is op 2 november 2004 bij een kapsalon in dienst getreden als topstylist/salonmanager. Op 1 december 2004 stelt hij de werkgever er van op de hoogte dat hij besmet is met het HIV-virus. Op 3 december 2004 ontslaat de werkgever de werknemer vervolgens op staande voet, vanwege het feit dat de werknemer de HIV-besmetting bij de sollicitatie niet had mogen verzwijgen, vanwege het risico van besmetting van klanten en collega’s en vanwege het daaruit voortvloeiend nadeel voor de bedrijfsvoering van de werkgever.

De werknemer roept de nietigheid van het ontslag op staande voet in, stellend dat hij een kwaal bij een sollicitatie alleen hoeft te melden als die hem ongeschikt maakt voor de betrekking waarnaar hij solliciteert en dat de HIV-besmetting voor de werkgever niet relevant was omdat deze geen invloed heeft op de door hem te verrichten werkzaamheden en hij niet ziek was en is. Risico voor besmetting is er volgens de werknemer niet, aangezien het HIV-virus alleen kan worden overgedragen door bloed-bloed of sperma-bloed contact en er dus geen gevaar is voor klanten of collega’s. Hij wijst er op dat hij als salonmanager geen uitvoerende werkzaamheden behoeft te doen en dat hij als topstylist maar sporadisch kapperswerkzaamheden behoeft te verrichten, waarbij volgens de deskundigen ook geen gevaar voor besmetting aanwezig is.

De kantonrechter is met de werknemer van mening dat de werknemer de HIV-besmetting niet bij de sollicitatie had behoeven te vermelden, aangezien zijn kwaal hem niet ongeschikt maakt voor de te verrichten arbeid. Hoewel partijen van mening verschillen over het aantal malen dat de werknemer kapperswerkzaamheden zou moeten verrichten en over het risico dat daarbij bloed-bloed contact zou kunnen ontstaan, acht de kantonrechter dit niet relevant, aangezien het risico te voorkomen zou zijn door de op grond van de arbo-wetgeving verplichte hygiëneprotocollen na te leven. Bovendien had de werkgever ook nog andere mogelijkheden kunnen en moeten onderzoeken, zoals het treffen van extra voorzorgsmaatregelen (zoals het dragen van handschoenen) en het beperken van de werkzaamheden van de werknemer tot uitsluitend die als salonmanager.


Commentaar

kantonrechter Utrecht 28 januari 2005, JAR 2005/60



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.