Geen terugzetting in functie omdat werkgever niet aan scholingsverplichting heeft voldaan

Uitgavejaar: 2017
Uitgavenummer: 289
Vindplaats: Kantonrechter Roermond 6 september 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:8683

Uitspraak

De werknemer kon door de werkgever niet in functie worden teruggezet, ondanks dat hij niet aan de functie-eisen voldeed, omdat de werkgever niet aan zijn scholingsverplichting had voldaan.

Bij een uitzendonderneming was sinds eind 2009 (aanvankelijk met tussenpozen) een werknemer in dienst die bij cliënten van het uitzendbureau werd ingezet. De werknemer werd aanvankelijk als monteur en grondwerker ingezet en later als lasser. Vanaf begin 2013 was sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In mei 2015 deelt het uitzendbureau de werknemer mede dat hij voortaan niet meer als lasser maar als monteur zou worden ingezet en dat hij daarom een lager salaris zou gaan ontvangen. Het salarisverschil zou in drie maandelijkse termijnen worden afgebouwd. Als reden voor deze maatregel geeft het uitzendbureau op dat de werknemer niet over de vereiste lascertificaten beschikt en dat hij daardoor, en vanwege zijn klantonvriendelijke opstelling, niet langer als lasser kan worden ingezet. Er zou geen vraag meer zijn naar niet-gekwalificeerde lassers. Het uitzendbureau wenst hem daarom voortaan als monteur in te zetten. De werknemer kan zich daarmee niet verenigen en vordert doorbetaling van het oude loon. Hij stelt dat hij zich herhaaldelijk bereid heeft verklaard om ontbrekende diploma’s te halen, maar de inleners vonden dat destijds niet nodig en daarom hebben zij en het uitzendbureau hem nooit op cursus gestuurd. Het uitzendbureau stelt daartegenover dat het gebruikelijk is dat de lassers zelf hun certificering regelen en dat zij deze zelf betalen of door hun inlener laten betalen.
Het komt tot een procedure bij de kantonrechter. Deze oordeelt dat het feit dat het uitzendbureau kennelijk niet in staat is om aan de werknemer werkzaamheden in de functie van lasser aan te bieden wegens het ontbreken van de benodigde certificaten, te wijten is aan onvoldoende zorg van het uitzendbureau voor de scholing van de werknemer dan wel het op peil houden van de vereiste vaardigheden en de bijbehorende certificaten. Op grond van de wet rust op de werkgever een scholingsplicht die inhoudt dat de werkgever de werknemer in staat moet stellen, zowel feitelijk als financieel, om de scholing te volgen die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn functie. De kantonrechter concludeert dan ook dat het uitzendbureau gehouden is om het oorspronkelijke loon aan de lasser te blijven betalen.


Commentaar

De scholingsverplichting van de werkgever is in de wet opgenomen bij de Wet werk en zekerheid. Aangezien daarbij de meeste aandacht is uitgegaan naar het nieuwe ontslagrecht dat bij die wet is ingevoerd, is aan deze scholingsverplichting in de praktijk niet veel aandacht besteed. Zo nu en dan leidt deze nieuwe wettelijke verplichting echter inmiddels tot opvallende rechterlijke uitspraken. Zo ook in dit geval, waar het uitzendbureau zich ook wel erg makkelijk had afgemaakt van zijn verplichting voortvloeiend uit goed werkgeverschap, om de werknemer inzetbaar te houden voor zijn cliënten. Belangrijk is ook dat de kantonrechter van oordeel is dat de scholingsverplichting ook met zich meebrengt dat werkgevers de kosten van de scholing dragen.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.