Hoge boete wegens niet meewerken aan onderzoek naar naleving CAO Uitzendkrachten

Uitgavejaar: 2012
Uitgavenummer: 213
Vindplaats: Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 mei 2012, www.rechtspraak.nl, LJN: BW7262

Uitspraak

Een bedrijf dat niet meewerkte aan de controle op de naleving van de CAO voor Uitzendkrachten kreeg daarvoor van de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten een boete opgelegd van € 100.000. Ondanks hoger beroep werd het bedrijf door de rechter veroordeeld om die boete ook daadwerkelijk te betalen.

Een aantal vakbonden is met werkgeversorganisatie ABU de CAO voor Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche overeengekomen. Met korte onderbrekingen zijn deze CAO’s steeds algemeen verbindend verklaard. Sinds het najaar van 2005 vinden in de uitzendbranche controles plaats op de correcte naleving van de CAO. Daartoe is door de CAO-partijen de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) opgericht. In de CAO is bepaald dat de werkgever gehouden is om volledige en voortvarende medewerking te verlenen aan het onderzoek door de SNCU. In de CAO is tevens bepaald dat de werkgever die, na door de SNCU in gebreke te zijn gesteld, gedurende tenminste veertien dagen nalatig blijft om juiste en volledige gegevens te verstrekken, verplicht is om aan de SNCU een forfaitaire schadevergoeding te betalen. Krachtens beleid van het bestuur van de SNCU kan die forfaitaire schadevergoeding oplopen tot € 100.000. Voor een werkgever die niet meewerkt aan het onderzoekt bedraagt de forfaitaire schadevergoeding steeds € 100.000.

Een werkgever die lid is van een andere werkgeversorganisatie in de uitzendbranche weigert mee te werken aan onderzoek door de SNCU, met name omdat die werkgeversorganisatie de rechtsgeldigheid van de algemeen verbindendverklaring van de CAO bij de rechter heeft aan-gevochten. De SNCU stelt dat de werkgever daardoor de forfaitaire schadevergoeding van € 100.000 moet betalen. De werkgever ontkent de bevoegdheid van de SNCU om onderzoek te doen en een forfaitaire schadevergoeding vast te stellen. De kantonrechter wijst de vorde-ring van de SNCU tot betaling van het bedrag van € 100.000 toe. De werkgever stelt tegen het vonnis van de kantonrechter tevergeefs hoger beroep in. Inmiddels is dan al komen vast te staan dat de bezwaren tegen de algemeen verbindendverklaring van de CAO voor de Uitzendkrachten door de rechter in hoogste instantie zijn verworpen. Daarmee valt het belangrijkste argument weg, waarmee de werkgever de verschuldigdheid van de forfaitaire schadevergoeding had bestreden. Ook de andere argumenten falen. Van belang is daarbij met name dat het gerechtshof van mening is dat de bevoegdheid tot controle van de SNCU niet eindigt op het moment waarop de algemeen verbindendverklaring van de CAO eindigt, zo lang de CAO maar algemeen verbindend was in de periode waarop de controle betrekking heeft. Ook een beroep op bescherming van privacy van de werknemer en een verzoek tot matiging van de forfaitaire schadevergoeding, die door de werkgever als “exorbitant hoog” werd omschreven, mocht de werkgever niet baten.


Commentaar

Die werkgever die door de SNCU benaderd wordt voor een controle van de toepassing van de CAO voor de Uitzendkrachten, behoeft aan die controle alleen mee te werken als de CAO voor de Uitzendkrachten van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten tussen die werkgever en één of meer van zijn werknemers. Het is de SNCU die daartoe de toepasselijkheid van die CAO (en daarmee zijn bevoegdheid tot controle) dient te bewijzen, terwijl die bewijzen nu juist vaak pas als gevolg van de controle zouden kunnen worden verkregen. Maar het niet meewerken aan controle door de SNCU kan ook riskant zijn. Is de CAO voor de Uitzendkrachten wel op de arbeidsovereenkomst van één of meer werknemers van toepassing, dan was de SNCU bevoegd en wordt de werkgever door het niet verlenen van medewerking aan de controle de forfaitaire schadevergoeding van € 100.000 verschuldigd. Rechters zijn geneigd die schadevergoedingen in zijn geheel toe te kennen, waarbij een belangrijke rol zal spelen dat het de uitdrukkelijke wens van de regering is dat de bedrijfstak zelf door middel van controle op de naleving van de CAO de malafide uitzendbureaus bestrijdt.

Met de invoering van de registratieplicht van uitzendbureaus zullen ook bedrijven die, al is het maar incidenteel, arbeidskrachten aan een ander ter beschikking stellen, zich in het handelsregister moeten laten registreren met als (neven-)activiteit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Daarna moet rekening worden gehouden met een controle door de SNCU, ook al staat daarmee de toepasselijkheid van de CAO voor de Uitzendkrachten nog niet meteen vast.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.