Niet het payrollbedrijf maar de opdrachtgever is de werkgever

Uitgavejaar: 2013
Uitgavenummer: 224
Vindplaats: Kantonrechter Enschede 21 maart 2012, www.rechtspraak.nl, LJN: BZ5108

Uitspraak

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een aantal werknemers door een payrollbedrijf, dat werd ingediend vanwege het feit dat de opdrachtgever van het payrollbedrijf de betreffende werknemers niet meer te werk kon stellen, werd afgewezen omdat de werknemers niet bij het payrollbedrijf maar bij de opdrachtgever in dienst zouden zijn.
Tussen een gemeente, een stichting en een aantal werknemers bestaat een overeenkomst op grond waarvan de stichting aan de gemeente de betreffende werknemers op basis van detachering ter beschikking stelt. Wegens bezuinigingen beëindigt de gemeente de activiteiten waarbij de betreffende werknemers zijn ingeschakeld. Voor de afvloeiing van de werknemers wordt een sociaal plan opgesteld. Voor een aantal werknemers wordt ander werk gevonden. Voor de overige werknemers zegt de gemeente de detacheringsovereenkomst op met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Op vordering van de Stichting wordt de gemeente echter in kort geding veroordeeld om de detacheringsovereenkomst na te komen totdat alle werknemers ander werk hebben gevonden of totdat voor hen een ontslagvergunning is verkregen, omdat dat zo in de detacheringsovereenkomst is bepaald. Vervolgens verzoekt de Stichting de kantonrechter om de arbeidsovereenkomsten van de gedetacheerde werknemers te ontbinden.
De kantonrechter wijst dat verzoek af omdat hij van mening is dat niet de Stichting maar de gemeente als werkgever te beschouwen is. Daarbij wijst de kantonrechter er op dat de stichting, anders dan het geval is bij een uitzendbureau, geen functie heeft in het bij elkaar brengen van werkgevers en werknemers op de arbeidsmarkt. De werknemers in kwestie waren door de gemeente geselecteerd. Daarom was de arbeidsovereenkomst van de werknemers volgens de kantonrechter geen uitzendovereenkomst in de zin van de wet.
De arbeidsovereenkomst moest volgens de kantonrechter worden uitgelegd conform de bedoeling van partijen, maar mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan die overeenkomst uitvoering hebben gegeven. Er was volgens de kantonrechter geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen de Stichting en de betreffende werknemers, omdat het de gemeente was die de werknemers had geselecteerd en geworven, omdat de werknemers alleen voor de gemeente hadden gewerkt, omdat de gemeente de instructies gaf, omdat met de gemeente afspraken werden gemaakt over vakantiedagen, opleidingen en wisselingen van werkplek en tenslotte omdat de betreffende werknemers bij de reorganisatie waren ingeschreven bij het herplaatsingsbureau van de gemeente.


Commentaar

De stichting in kwestie kon worden aangemerkt als een payrollbedrijf: zij was alleen in naam de werkgever. Dat de kantonrechter beslist dat niet het payrollbedrijf maar de opdrachtgever als werkgever moet worden beschouwd, heeft als achtergrond dat alleen op die manier de rechtsbescherming van de werknemers bij ontslag kan worden gewaarborgd. Als het payrollbedrijf werknemers kan ontslaan, uitsluitend omdat de opdrachtgever ze niet meer in willen huren, komt immers van de ontslagbescherming van de werknemers weinig terecht. De kantonrechter heeft zijn beschikking zeer uitvoerig gemotiveerd met jurisprudentie van de Hoge Raad en het is dan ook zeer wel denkbaar dat andere rechters in de toekomst op soortgelijke wijze zullen beslissen.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.