Niet melden van epilepsie door stuurman binnenvaartschip niet ernstig verwijtbaar

Download PDF-bestand: Arbeidsrecht Actueel nr. 297
Uitgavejaar: 2018
Uitgavenummer: 297
Vindplaats: Kantonrechter Nijmegen 29 januari 2018, AR-Updates 2018-0179

Uitspraak

Een binnenvaartschipper mocht de arbeidsovereenkomst met zijn stuurman niet zonder inachtneming van de opzegtermijn ontbinden omdat het niet melden van het feit dat de stuurman aan epilepsie leed, geen ernstig verwijtbaar gedrag van de stuurman opleverde.

De stuurman was op 2 januari 2017 bij de binnenvaartschipper in dienst getreden voor de duur van zeven maanden, nadat hij eerder al vanaf 7 november 2016 via een uitzendbureau was ingeleend. In de arbeidsovereenkomst was bepaald dat tussentijdse opzegging van de arbeidsovereenkomst mogelijk is. Na het verstrijken van de overeengekomen duur werd de arbeidsovereenkomst zonder tegenspraak voortgezet en derhalve met nog eens zeven maanden verlengd. De arbeidsovereenkomst zou daardoor eindigen op 28 februari 2018.
Op 25 juli 2017 krijgt de stuurman aan boord van het schip een epileptische aanval. Als gevolg daarvan kan hij de rest van de dag niet meer werken. Tot en met 4 augustus 2017 verricht de werknemer aangepaste werkzaamheden aan boord van het schip, daarna heeft hij drie weken vakantie en vervolgens meldt hij zich ziek vanwege een geplande medische ingreep die met de epileptische aanval niets van doen heeft. Bij brief van 11 september 2017 schrijft de binnenvaartschipper aan de werknemer dat hij vanwege de veiligheid niet meer aan dek mag werken, dat hij zich door de bedrijfsarts dient te laten onderzoeken en dat hij zich door een keuringsarts dient te laten keuren. Volgens de binnenvaartschipper is de werknemer als gevolg van de epileptische aanval op grond van wettelijke voorschriften voor twee jaar ongeschikt voor de binnenvaart. De keuringsarts van de Inspectie Leefomgeving en Transport acht de werknemer op 25 september 2017 tijdelijk ongeschikt voor de binnenvaart omdat een geraadpleegde neuroloog de kans op herhaling van een epileptische aanval vrij hoog inschat. De Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart heeft daarop het zogenaamde “dienstboekje” van de stuurman (waaraan de werknemer zijn bevoegdheid als stuurman in de binnenvaart ontleent) opgevraagd om daarin melding te maken van zijn tijdelijke ongeschiktheid. De bedrijfsarts acht de werknemer vervolgens op 16 oktober 2017 ongeschikt voor zijn eigen werk en ongeschikt voor werk aan boord van een schip, maar in staat tot arbeid waarbij er geen veiligheidsrisico’s optreden als er sprake is van bewustzijnsverlies.
Op 8 november 2017 verzoekt de binnenvaartschipper de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met de stuurman te ontbinden wegens verwijtbaar gedrag en om daarbij te bepalen dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden zonder rekening te houden met de opzegtermijn. De binnenvaartschipper stelt daartoe dat sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag van de werknemer, omdat de werknemer onjuiste inlichtingen zou hebben verstrekt omtrent de risico’s van zijn epilepsie.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer nooit een geheim heeft gemaakt van zijn ziekte en dat de binnenvaartschipper er van op de hoogte was dat de werknemer epilepsie had en dat hij daarvoor medicijnen slikte. Beide partijen verkeerden in de veronderstelling dat de ziekte onder controle was en dat deze niet noodgedwongen tot de ongeschiktheid voor de functie van stuurman leidde. Weliswaar had de werknemer verzuimd te melden dat hij in 2015 een epileptische aanval had gehad, maar de door de stuurman ter zitting daarvoor gegeven verklaring dat hij dacht geen risico op een nieuwe aanval meer te lopen nadat de neuroloog hem extra medicijnen had voorgeschreven, wordt door de kantonrechter aanvaard. De kantonrechter wijst er op dat epilepsie volgens de wettelijke voorschriften ook niet in alle gevallen leidt tot ongeschiktheid voor de binnenvaart. De binnenvaartschipper was met de epilepsie bekend en had desondanks de arbeidsovereenkomst voor zeven maanden verlengd. Gelet op deze omstandigheden was volgens de kantonrechter geen sprake van ernstig verwijtbaar gedrag van de stuurman. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst niet kan worden ontbonden zonder inachtneming van de opzegtermijn. Bij een ontbinding met inachtneming van de opzegtermijn heeft de binnenvaartschipper volgens de kantonrechter geen belang omdat de arbeidsovereenkomst op 28 februari 2018 toch zal eindigen. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af.


Commentaar

Dat de stuurman na zijn epileptische aanval ongeschikt was voor zijn functie, stond wel vast. De binnenvaartschipper had dan ook op die grond ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen vragen. Maar omdat de arbeidsovereenkomst toch al op 28 februari 2018 zou eindigen, had de binnenvaartschipper alleen belang bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn. Dat is alleen mogelijk bij ernstig verwijtbaar gedrag van de werknemer. Daarom koos de binnenvaartschipper voor een ontbinding wegens verwijtbaar gedrag. Van ernstig verwijtbaar gedrag was volgens de kantonrechter echter geen sprake. Of de ontbinding wegens verwijtbaar gedrag zou zijn uitgesproken, blijft onduidelijk omdat de kantonrechter aan die vraag niet meer toekwam bij gebreke van belang van de werkgever bij een ontbinding met inachtneming van de opzegtermijn.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.