Onduidelijkheid over eis tot bijvoeging van getoetst reïntegratieplan bij verzoek tot ontbinding van arbeidsovereenkomst met arbeidsongeschikte werknemer

Uitgavejaar: 1999
Uitgavenummer: 31
Vindplaats: Zie: kantonrechter Tiel 21 april 1999, Praktijkgids 1999, nr. 5178; kantonrechter Rotterdam 31 maart 1999 en 18 mei 1999, Praktijkgids 1999, nr. 5192; kantonrechter Enschede 28 mei 1999, Praktijkgids 1999, nr. 5193 en JAR 1999/126; kantonrechter Utrecht 29 april 1999, JAR 1999/111; kantonrechter Utrecht 6 mei 1999, JAR 1999/112.

Uitspraak

Reeds eerder wezen wij in Arbeidsrecht Aktueel op verschillende rechterlijke uitspraken ten aanzien van de bij de “flexwet” ingevoerde eis om bij het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met arbeidsongeschikte werknemers een exemplaar van het namens het Lisv getoetste reïntegratieplan te voegen. De onduidelijkheid op dit punt is door recent gepubliceerde uitspraken van kantonrechters alleen maar verergerd. Zo achtte de kantonrechter te Tiel een verzoekschrift ontvankelijk, waarin het reïntegratieplan na de indiening van het verzoekschrift, maar voor de mondelinge behandeling daarvan was ingediend. De kantonrechter te Rotterdam achtte de indiening van reïntegratieplan niet nodig, omdat de werknemer de arbeidsovereenkomst niet wenste voort te zetten en reïntegratie daarom onmogelijk was. De kantonrechter te Enschede daarentegen achtte een bijgevoegd reïntegratieplan onvoldoende, omdat het niet was opgesteld in overleg met de werknemer ten behoeve van diens herintreding in het arbeidsproces. Gebreken in het reïntegratieplan waren voor de kantonrechter te Utrecht echter geen reden voor niet-ontvankelijkheid. Een andere kantonrechter uit dezelfde plaats achtte een reïntegratieplan weer wel noodzakelijk in een geval waarin de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer “geregeld” was. De kantonrechter te Leeuwarden tenslotte achtte een reïntegratieplan niet nodig in een geval waarbij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen (dus niet: wegens verandering van omstandigheden) werd gevraagd, in een geval waarin de werknemer al op staande voet was ontslagen wegens verduistering, en de ontbinding dus alleen nog werd gevraagd indien dat ontslag op staande voet nietig zou zijn.


Commentaar

Eenheid van rechtspraak in deze zaken is dringend gewenst. Probleem is dat ten aanzien van beschikkingen op verzoekschriften tot ontbinding van arbeidsovereenkomsten in beginsel geen hoger beroep of cassatiemogelijk is, zodat van de Hoge Raad geen oplossing verwacht zou mogen worden. Misschien is het echter mogelijk gebruik te maken van de uitzondering, die zegt dat hoger beroep wel mogelijk is indien de wettelijke bepaling die de ontbinding van arbeidsovereenkomsten regelt, ten onrechte is toegepast of ten onrechte buiten toepassing is gelaten. Indien ook dat niet mogelijk is, is eenheid van rechtspraak alleen te verwachten na wetswijziging of nadat de Kring van Kantonrechters een zogenaamde “aanbeveling” heeft gedaan.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.