Ontslag wegens te vergaande inmenging in arbeidsverhouding van vader van werkneemster

Uitgavejaar: 2006
Uitgavenummer: 121
Vindplaats: Kantonrechter Zwolle 8 maart 2006, www.rechtspraak.nl, ljn: AW4713

Uitspraak

Een jonge werkneemster is in de functie van inval-groepsleidster voor gemiddeld vier uur per week in dienst bij een kinderdagverblijf tegen betaling van een salaris van € 174,43 bruto per maand. Op 26 mei 2005 deelt het kinderdagverblijf mede dat geen uitbreiding van het aantal uren zal plaatsvinden en geen aanstelling als vaste groepsleidster vanwege het functioneren van de werkneemster. Op verzoek van de vader van werkneemster vindt op 7 juni 2005 een vervolggesprek plaats, waarna wordt overeengekomen dat de werkneemster een nieuwe kans krijgt bij een ander kinderdagverblijf. Daar werkt zij van juli 2005 tot en met november 2005. Op 30 november 2005 meldt de vader de werkneemster ziek nadat een verschil van inzicht is ontstaan over de uitleg van "gemiddeld vier uur per week". Op 14 december 2005 meldt de werkneemster zich arbeidsgeschikt. Daarop deelt het kinderdagverblijf mede dat zij haar werkzaamheden pas mag hervatten na een gesprek over de opgelopen spanningen buiten aanwezigheid van haar vader. Een gesprek op 21 december 2005 gaat niet door omdat de vader bij het gesprek aanwezig wil zijn. Een nieuwe ziekmelding door de vader volgt dan. Als de bedrijfsarts de werkneemster op 27 december 2005 arbeidsgeschikt acht, nodigt het kinderdagverblijf de werkneemster opnieuw uit voor een gesprek op 9 januari 2006. De vader stuurt dan een brief dat de werkneemster arbeidsongeschikt is en dat zij niet zonder haar vader zal verschijnen voor een gesprek op 9 januari 2006, waarna ook dat gesprek niet doorgaat. Daarop staakt de werkgever de loonbetaling en wordt de kantonrechter gevraagd de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

De werkneemster laat zich in die procedure bijstaan door haar vader en verweert zich door kritiek op haar functioneren van de hand te wijzen en kritiek te uiten op het beleid van de werkgever. Bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt een vergoeding gevraagd van tenminste € 32.000, omdat de werkneemster tevergeefs een opleiding heeft gevolgd, omdat haar carri


Commentaar

Een werknemer heeft natuurlijk het recht zich door een gemachtigde te laten bijstaan, en dat mag ook een familielid of de echtgeno(o)t(e) zijn. Maar de inmenging van deze familieleden mag niet zo ver gaan, dat de werkgever geen werkgeversgezag over de werknemer meer kan uitoefenen. In het onderhavige geval lijkt de vader van de werknemer te ver te zijn gegaan. De werkneemster en haar vader hadden er verstandiger aan gedaan zich in de ontbindingsprocedure te laten bijstaan door een rechtshulpverlener van buitenaf. Die zou de werkneemster ook hebben kunnen vertellen dat zij haar positie geen goed deed met de (gelet op de omvang van het salaris en de duur van het dienstverband) irreële en ook niet erg deskundig geformuleerde eis tot betaling van een ontslagvergoeding van "tenminste € 32.000".



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.