Oproepkracht: losse en ongeregelde arbeid?

Uitgavejaar: 1997
Uitgavenummer: 7
Vindplaats: Zie: kantonrechter Amsterdam 31 december 1996, JAR 1997/20

Uitspraak

Het Concertgebouw te Amsterdam heeft een aantal oproepkrachten (merendeels studenten) in dienst, die niet verplicht zijn aan een oproep tot werken gehoor te geven, maar die, als zij aan een oproep gehoor geven, diensten van drie uren draaien waarbij zij onder meer werkzaam zijn op de afdeling controle en bewaking. Zij kunnen hun diensten onderling ruilen en doen dit in de praktijk ook. Met de oproepkrachten wordt een zogenaamde "voorovereenkomst" gesloten. Een arbeidsovereenkomst komt pas tot stand als aan een oproep gehoor wordt gegeven en dan slechts voor de duur van de oproep. De voorovereenkomsten worden steeds voor de duur van een jaar aangegaan, waarbij vooraf wordt aangegeven dat maximaal 5 maal (dus: 5 jaar) een voorovereenkomst met één oproepkracht zal worden gesloten. De afspraken zijn aldus gemaakt in overleg met een afvaardiging van de oproepkrachten (de "Ondernemingsraad voor Oproepkrachten").
Als na het vijfde jaar een voorovereenkomst met een oproepkracht niet wordt verlengd, maakt deze oproepkracht daartegen bezwaar bij de kantonrechter te Amsterdam. Hij vordert doorbetaling van loon onder meer stellend dat sprake is van een voortgezette arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (die niet kan eindigen zonder opzegging en zonder dat voor die opzegging een ontslagvergunning is verkregen), zulks vanwege het feit dat tussen twee oproepen (en derhalve tussen twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd) niet steeds meer dan 31 dagen zijn verstreken. De kantonrechter wijst de vordering af. De wettelijke regel dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geldt als een voortgezette arbeidsovereenkomst indien tussen twee overeenkomsten niet meer dan 31 dagen zijn verstreken, geldt niet als sprake is van "losse en ongeregelde arbeid". De kantonrechter acht dat het geval. Hij verstaat onder "losse en ongeregelde arbeid": arbeid waarbij sprake is van een boven-normale inzet van arbeidskracht, dat wil zeggen: inzet van arbeidskrachten die invallen voor (wegens ziekte of vakantie) absente vaste arbeidskrachten, dan wel inzet van arbeidskrachten wegens piekdrukte door evenementen en dergelijke. Het feit dat het voor het Concertgebouw gebruikelijk is evenementen te hebben, ontneemt volgens de kantonrechter aan de arbeid niet het losse en ongeregelde karakter, omdat het voor het Concertgebouw ongewis blijft wanneer evenementen plaats vinden, aangezien dat afhankelijk is van buitenstaanders die bij het Concertgebouw één of meer activiteiten organiseren.


Commentaar

De uitspraak is een steun in de rug voor de zogenaamde "voorovereenkomsten" en geeft tevens de grenzen van die soort oproepovereenkomsten aan: met oproepkrachten mag worden voorzien in de vervanging van uitgevallen vaste arbeidskrachten en in het opvangen van piekdrukten. Voor de vaste, permanent aanwezige werkzaamheden dient de werkgever echter gewone arbeidskrachten in dienst te nemen. De werknemer had overigens nog twee andere stellingen aan zijn loonvordering ten grondslag gelegd, die door de kantonrechter werden afgewezen. Zo vond de kantonrechter dat de voorovereenkomst zelf niet kon worden beschouwd als een arbeidsovereenkomst, omdat de werknemer niet verplicht was gehoor te geven aan een oproep en de arbeid niet zelf behoefde te verrichten. Ook de stelling dat de werkgever niet handelde als een goed werkgever door de werknemer geen nieuwe voorovereenkomst aan te bieden, werd door de kantonrechter verworpen met een beroep op het overleg dat de werkgever had gevoerd met de "Ondernemingsraad voor Oproepkrachten".



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.