Piloten hoeven opleidingskosten niet terug te betalen

Uitgavejaar: 2000
Uitgavenummer: 39
Vindplaats: Zie: president arrondissementsrechtbank Haarlem 25 februari 2000, KG 2000, 102

Uitspraak

Air Holland heeft met een aantal werknemers een opleidingsovereenkomst gesloten. De betreffende werknemers worden op kosten van Air Holland opgeleid tot piloot, maar moeten 20% van de opleidingskosten terugbetalen voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst met Air Holland korter duurt dan vijf jaar. Enige uitzondering op deze regel is het geval waarin Air Holland de werknemer een dringende reden zou hebben verschaft om ontslag op staande voet te nemen. De werknemers hebben tot zekerheid van de eventuele (gedeeltelijke) terugbetaling van de opleidingskosten een bankgarantie gesteld voor bedragen van tussen de ƒ 100.000 en ƒ 150.000. Op 2 november 1999 wordt aan Air Holland surséance van betaling verleend. Op dat moment vliegt Air Holland met zeven toestellen, waarvoor maximaal 12 vliegers nodig zijn. De bewindvoerders van Air Holland bereiken op 30 december 1999 overeenstemming met een overnamekandidaat die met één, mogelijk later met twee toestellen gaat vliegen. De vliegers wordt medegedeeld dat een aantal van hen bij de nieuwe Air Holland kan blijven en dat de rest op uitzendbasis bij andere maatschappijen kan werken.
Tussen Air Holland en 29 piloten ontstaat een geschil over de terugbetaling van de opleidingskosten. De piloten vragen de president van de rechtbank in kort geding om Air Holland te verbieden de gestelde bankgaranties uit te winnen. De president van de rechtbank wordt daardoor gedwongen zich uit te spreken over de vermoedelijke uitkomst van een bodemprocedure over de terugbetaling van de opleidingskosten. De president komt daarbij tot het voorlopig oordeel dat Air Holland geen vordering op de piloten heeft. De president acht van belang dat Air Holland eind 1999 al twee maanden niet vliegt en dat Air Holland in gebreke is gebleven binnen een redelijke termijn duidelijkheid te verschaffen over de wijze van voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Het uitzendwerk acht de president geen redelijk alternatief, omdat de piloten daarbij voor langere tijd ver van huis zouden moeten vliegen, voor minder bekende maatschappijen en onder de bij die maatschappijen geldende company-rules. Een aantal vliegers dat reeds ontslag heeft genomen om bij andere maatschappijen in dienst te treden, heeft dat volgens de president gedaan wegens een door Air Holland verschafte dringende reden. Voor andere vliegers geldt dat de vliegers op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid niet gehouden zijn hun opleidingskosten terug te betalen.


Commentaar

Geschillen over de contractueel overeengekomen terugbetaling van opleidings- en studiekosten komen in de huidige krappe arbeidsmarkt steeds vaker voor. De rechter acht daarbij onder meer de verhouding tussen de hoogte van het salaris en de hoogte van de terug te betalen kosten van belang.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.