Verrekening van loon met WGA-uitkering of verrekening van WGA-uitkering met loon?

Uitgavejaar: 2014
Uitgavenummer: 239
Vindplaats: Centrale Raad van Beroep 19 februari 2014, www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:CRVB:2014:880

Uitspraak

Het UWV mag het door de werkgever tijdens ziekte door te betalen loon verrekenen met een eventuele toegekende loongerelateerde WGA-uitkering, ook in gevallen waarbij de wetgever de WGA-uitkering oorspronkelijk juist mogelijk heeft gemaakt met het doel om de werkgever in staat te stellen de WGA-uitkering te verrekenen met het tijdens ziekte door te betalen loon.
Een werknemer was op 21 november 2005 uitgevallen voor zijn werk. Aan het einde van de wachttijd voor de WIA (van 104 weken), verrichtte de werknemer aangepast werk gedurende 30 uur per week. Omdat hij daarmee niet tenminste 35% arbeidsongeschikt was, werd aan hem per het einde van de wachttijd (19 november 2007) geen WIA-uitkering toegekend. Vervolgens meldde de werknemer op 7 april 2010 bij het UWV dat zijn klachten waren toegenomen. Het UWV stelt vast dat de toename van de beperkingen die de werknemer ondervindt bij het verrichten van arbeid, voortkomen uit de zelfde ziekteoorzaak als die aan het einde van de wachttijd bestond en dat de toename van de beperkingen is opgetreden binnen vijf jaar na het einde van de wachttijd. Daarom, en omdat nu wel sprake is van een mate van arbeidsongeschiktheid hoger dan 35% (de werknemer wordt nu volledig arbeidsongeschikt geacht), kent het UWV met ingang van 7 april 2010 alsnog een WGA-uitkering aan hem toe. Het UWV is echter van mening dat bij de uitval wegens ziekte op 7 april 2010 voor de werkgever een nieuwe verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte is ontstaan, omdat de bedongen arbeid gewijzigd zou zijn. Op grond daarvan verrekent het UWV het loon dat de werkgever volgens het UWV zou moeten betalen met de toegekende WGA-uitkering, zodat de WGA-uitkering niet tot uitbetaling komt. Daarmee is de werkgever het niet eens, maar het bezwaar van de werkgever wordt door het UWV ongegrond verklaard. Bij de rechtbank heeft de werkgever meer succes. De rechtbank stelt dat de mogelijkheid van toekenning van een WIA-uitkering zonder nieuwe wachttijd in een geval als het onderhavige een specifiek karakter heeft en dat het niet in het systeem van de Wet WIA past om enerzijds geen nieuwe wachttijd aan te nemen en anderzijds wel uit te gaan van het bestaan van een nieuwe verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte. Met die uitspraak is het UWV het echter weer niet eens en het UWV stelt hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het artikel in de Wet WIA waarin de hoogte van de loongerelateerde WGA-uitkering is geregeld, voorschrijft dat door de werknemer verdiend loon voor 70% (tijdens de eerste twee maanden: voor 75%) wordt verrekend met de uitkering en dat geen uitzondering wordt gemaakt voor de WIA-uitkering die zonder nieuwe wachttijd wordt toegekend. Wel is de Centrale Raad van Beroep van mening dat in het onderhavige geval geen nieuwe verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte is ontstaan, omdat slechts sprake was van een relatief beperkte aanpassing van de werkzaamheden, die niet aan te merken zou zijn als een wijziging van de bedongen arbeid. Als gevolg van dit laatste standpunt moet de WIA-uitkering uiteindelijk zonder korting worden toegekend.


Commentaar

Een geschil zoals dat in het onderhavige geval aan de orde was, komt in de praktijk met enige regelmaat voor. In het verleden heeft de wetgever het mogelijk gemaakt dat een WAO-uitkering kon worden toegekend met een verkorte wachttijd van vier weken als een werknemer die eerst de wachttijd had doorlopen gedeeltelijk arbeidsongeschikt geacht werd, na het einde van de wachttijd alsnog in toegenomen mate arbeidsongeschikt werd als gevolg van dezelfde oorzaak als die ter zake waarvan hij eerder gedeeltelijk arbeidsongeschikt was geacht. De na vier weken toegekende WAO-uitkering kon de werkgever dan met het tijdens ziekte door te betalen loon verrekenen, waardoor het voor de werkgever minder bezwaarlijk was een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer in dienst te nemen of in dienst te houden. Bij de invoering van de WIA in 2006 verviel zelfs de wachttijd van vier weken en heeft de wetgever uitdrukkelijk overwogen dat het beleid ter zake van het later ontstaan van recht op uitkering bij toename van arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak, niet gewijzigd werd. Ondanks deze duidelijke aanwijzing omtrent de intenties van de wetgever, beslist de Centrale Raad van Beroep nu dat tijdens ziekte door te betalen loon ook in een geval als het onderhavige met de WIA-uitkering mag worden verrekend, terwijl het toch de bedoeling van de wetgever was dat de WIA-uitkering nu juist met het tijdens ziekte door te betalen loon zou worden verrekend. Uitsluitend omdat in het onderhavige geval geen nieuwe loondoorbetalingsverplichting werd aangenomen, loopt het voor de werkgever in deze zaak nog goed af, maar als de feiten en omstandigheden wat anders zouden hebben gelegen, is zeer wel denkbaar dat de rechter wel zou zijn uitgegaan van een nieuwe loondoorbetalingsverplichting. Dat zou betekend hebben dat de werkgever in kwestie inderdaad voor de tweede keer loon zou hebben moeten betalen, ook al is sprake van een ziekmelding voortkomend uit dezelfde ziekteoorzaak. De Centrale Raad van Beroep baseert deze beslissing uitsluitend op de tekst van de wet en acht hetgeen uit de wetsgeschiedenis blijkt niet van belang voor de uitleg van die wetsbepaling. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep past ook niet in het systeem van de Wet WIA, aangezien de loongerelateerde WGA-uitkering wel, maar de daarop vaak volgende WGA-loonaanvullingsuitkering niet de mogelijkheid kent van verrekening van het loon met de uitkering. Waarom de werkgever in de tweede fase wel de mogelijkheid zou hebben om de WGA-uitkering met het loon te verrekenen en in de eerste fase niet, is volstrekt onduidelijk.
De mogelijkheid van toekenning van een WIA-uitkering zonder nieuwe wachttijd bestaat ook als een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer wel eerst een WGA-uitkering heeft gekregen en met die uitkering bij de eigen werkgever in dienst blijft voor het verrichten van passende arbeid. In dat geval heeft de werknemer bij ziekmelding in de eerste vijf jaar echter recht op een Ziektewetuitkering. Als gevolg daarvan drukken de kosten van loondoorbetaling tijdens ziekte gedurende een nieuwe periode van 104 weken dan niet op de werkgever.
Inmiddels is de hele problematiek rond de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die na het einde van de 104 weken passende arbeid verricht, in juridische zin zo complex geworden dat werkgevers er goed aan doen zich in alle gevallen van deskundig advies te voorzien. Fouten op dit terrein worden afgestraft met een mogelijk vermijdbare tweede verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte gedurende 104 weken.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.