Vervallen van concurrentiebeding bij functiewijziging

Uitgavejaar: 1997
Uitgavenummer: 6
Vindplaats: Zie: kantonrechter Leiden, 6 november 1996, JAR 1996/238

Uitspraak

Een werknemer was op 1 februari 1990 bij een touringcar-bedrijf in dienst getreden als medewerker verhuur tegen een salaris van f 2.500 bruto per maand. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst was een concurrentiebeding opgenomen dat de werknemer verbood binnen twee jaar na het eindigen van de arbeidsovereenkomst in dienst te treden bij een concurrerend bedrijf. De werknemer had zich inmiddels opgewerkt tot salesmanager met een salaris van f 4.750 bruto per maand, toen hij in dienst wilde treden bij een concurrent van de werkgever voor een salaris van f 6.000 bruto per maand (plus provisie). In verband daarmee vorderde de werknemer bij wijze van voorlopige voorziening (dat is een soort kort geding bij de kantonrechter) dat het concurrentiebeding zou worden geschorst. De kantonrechter te Leiden schorste inderdaad het concurrentiebeding na te hebben overwogen dat aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure (de hoofdzaak) zal oordelen dat het concurrentiebeding zijn geldigheid heeft verloren doordat het niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen, toen de functie van de werknemer zich ingrijpend wijzigde en het concurrentiebeding daardoor aanmerkelijk zwaarder op de werknemer ging drukken. Dat de functiewijziging ingrijpend was bleek volgens de kantonrechter uit verzwaarde verantwoordelijkheden en het deel uit gaan maken van het management-team. Dat het concurrentiebeding daardoor aanmerkelijk zwaarder was gaan drukken bleek uit het feit dat het concurrentiebeding een niet al te grote belemmering vormde voor het vinden van een baan gelijkwaardig aan de oorspronkelijke baan als medewerker touringcarverhuur, maar dat door het concurrentiebeding de kans op het vinden van een baan als salesmanager aanmerkelijk geringer was, aangezien de werknemer bij het vinden van een andere baan inmiddels door specialisatie op de personenvervoersbranche aangewezen was geraakt. Een en ander werd nog versterkt door het feit dat de meeste met de werkgever concurrerende bedrijven zich in het midden en westen van het land bevonden, omdat de werkgever daar vestigingen had, terwijl vanwege de concentratie van economische bedrijvigheid de kans op aanwezigheid van voor de werknemer in aanmerking komende functies daar nu juist het grootst was.


Commentaar

Dat een concurrentiebeding opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen, zodra het als gevolg van een functiewijziging aanmerkelijk zwaarder op de werknemer gaat drukken, was door de Hoge Raad al beslist in zijn arrest van 9 maart 1979, NJ 1979, 467. Het opnieuw schriftelijk overeenkomen van het concurrentiebeding werd in een dergelijk geval noodzakelijk geoordeeld, omdat het schriftelijk overeenkomen er voor de werknemer toe dient dat hij zich opnieuw bewust is van de consequenties van het voor hem bezwarende concurrentiebeding. Het door de kantonrechter te Leiden besliste geval vormt een goed voorbeeld, vooral omdat de kantonrechter deugdelijk motiveert waarom het concurrentiebeding zwaarder op de werknemer is gaan drukken. Overigens kan het concurrentiebeding ook aanmerkelijk zwaarder op de werknemer gaan drukken (zodat het opnieuw schriftelijk overeenkomen van het concurrentiebeding noodzakelijk is) bij de overdracht van een onderneming of bij de uitbreiding van de werkzaamheden van een onderneming.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.