Vervallen van werkgeversbijdrage in premie ziektekostenverzekering door invoering Zorgverzekeringswet

Uitgavejaar: 2006
Uitgavenummer: 127
Vindplaats: Kantonrechter

Uitspraak

In de arbeidsovereenkomst van een werknemer staat dat de werkgever vanaf het moment waarop de deelneming aan de verplichte ziekenfondsverzekering eindigt aan de werknemer een toeslag op het salaris verstrekt ter grootte van de helft van de kosten van de ziekenfondsverzekering. In de toepasselijke CAO staat precies dezelfde bepaling met de toevoeging dat de toeslag niet hoger is dan het werkgeversdeel in de maximale ziekenfondspremie.

Partijen procederen onder meer over de vraag of de werkgever de toeslag nog verschuldigd is na de invoering van de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2006.

De kantonrechter oordeelt dat met de invoering van de Zorgverzekeringswet een nieuwe situatie is ontstaan met betrekking tot het totale ziektekostenverzekeringsstelsel in Nederland en de werkgeversbijdrage in de premie. Met name doet zich niet meer de situatie voor dat de premieplicht van de werkgever ten nadele van de werknemer kan vervallen door een loonsverhoging van de werknemer. Daarmee is volgens de kantonrechter de ratio ontvallen aan de contractuele bepaling die op de CAO-bepaling is gebaseerd. De kantonrechter wijst er op dat de inkomenseffecten van de Zorgverzekeringswet gering zijn en dat die inkomenseffecten niet los kunnen worden gezien van andere overheidsmaatregelen die met de invoering samenhangen. De werknemer had daarom niet een voorstel van de werkgever mogen afwijzen om de overeengekomen regeling te vervangen door de nieuwe wettelijke regeling. Dat die nieuwe wettelijke regeling in de toekomst mogelijk nadeliger uitpakt door premiestijgingen doet daaraan niet af omdat partijen geen invloed hebben op het overheidsbeleid en de ontwikkelingen in de gezondheidszorg die tot die premiestijging zouden kunnen leiden.


Commentaar

Een belangrijk gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet voor de werkgever is dat de werkgever verplicht werd een (belaste) inkomensafhankelijke bijdrage in de premie te doen. Werkgevers die een bijdrage deden in de premie van de particuliere ziektekostenverzekering van de werknemer mochten zich volgens de wet ontslagen achten van vergoeding van het deel van de premie dat betrekking had op het pakket van de basisverzekering. Omdat vaak niet vast te stellen was welk deel van de premie betrekking had op het pakket van de basisverzekering en welk deel betrekking had op het pakket van de aanvullende verzekering, mocht er in dat geval van uit worden gegaan dat van het bedrag van de totale premie een deel van e 1.015 betrekking had op de premie voor het pakket van de basisverzekering (de zogenaamde "salderingsregeling"). De kantonrechter besteedt in zijn vonnis geen aandacht aan deze salde-ringsregeling. Partijen hadden zich daarop weliswaar niet beroepen, maar de kantonrechter had de rechtsgronden op dit punt ambtshalve kunnen en moeten aanvullen.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.