Werkgever aansprakelijk voor schade door overtreding relatiebeding werknemers

Uitgavejaar: 2009
Uitgavenummer: 166
Vindplaats: Rechtbank Arnhem 8 april 2009, www.rechtspraak.nl, ljn: BI1781

Uitspraak

Een groot accountantskantoor is aandeelhouder geweest van een landelijk werkend makelaarskantoor. In 2002 is een samenwerkingsverband aangegaan met twee andere rechtspersonen en zijn de activiteiten samengevoegd met die van de twee andere rechtspersonen. Het accountantskantoor werd daarbij één van de drie aandeelhouders. In 2005 zijn de aandelen verkocht aan één van de andere aandeelhouders. Het accountantskantoor en het makelaarskantoor werkten nauw samen. Het accountantskantoor was de accountant van het makelaarskantoor en verzorgde de juridische en arbeidszaken. Het makelaarskantoor hield kantoor in één van de kantoren van het accountantskantoor. En last but not least verwees het accountantskantoor veel cliënten door.

Per 1 november 2006 zeggen drie van de vier werknemers hun arbeidsovereenkomst met het makelaarskantoor op om bij het accountantskantoor in dienst te treden. Daarna worden geen cliënten meer doorverwezen. De drie werknemers hadden met het makelaarskantoor een concurrentiebeding gesloten dat hen verbood om de eerste twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst werkzaam te zijn ten behoeve van cliënten van het makelaarskantoor (relatiebeding). Eerder is in kort geding (na hoger beroep) en in een bodemzaak vastgesteld dat de drie ex-werknemers hun relatiebeding hebben overtreden, maar het accountantskantoor was geen partij bij die procedures. Het accountantskantoor is daarbij als cliënt aangemerkt omdat het relaties doorverwees en aldus voor het makelaarskantoor een bron van inkomen vormde en ook omdat het makelaarskantoor op bescheiden schaal ook tegen betaling diensten heeft verricht voor het accountantskantoor.

Daarna vordert het makelaarskantoor schadevergoeding van het accountantskantoor, stellend dat het accountantskantoor een onrechtmatige daad heeft gepleegd door de ex-werknemers in dienst te nemen en voordeel te halen uit de overtreding van hun relatiebeding. Ook de rechtbank gaat er van uit dat het accountantskantoor een cliënt was van het makelaarskantoor. De overtreding van het relatiebeding wordt als een vaststaand feit aangenomen op grond van de uitspraken in de zaken tegen de ex-werknemers, waarbij de rechtbank er op wijst dat de ex-werknemers daarbij zijn bijgestaan door de advocaat van het accountantskantoor. De rechtbank haalt de jurisprudentie van de Hoge Raad aan volgens welke het profiteren van de wanprestatie van een ander op zichzelf niet onrechtmatig is, maar pas als dat bewust gebeurt en dan nog alleen als sprake is van bijkomende omstandigheden. De rechtbank is van mening dat aan die eisen in dit geval is voldaan. Dat het accountantskantoor zich bewust moet zijn geweest van de wanprestatie volgt volgens de rechtbank reeds uit het feit dat zij destijds zelf als accountant van het makelaarskantoor de betreffende arbeidsovereenkomsten had opgesteld. De bijkomende omstandigheden ziet de rechtbank in het feit dat het accountantskantoor zelf aandeelhouder was geweest van het makelaarskantoor (hoewel de duur van het concurrentiebeding in de overeenkomst tot verkoop van de aandelen was verstreken), dat zij als accountant toegang had gehad tot gevoelige bedrijfsgegevens van het makelaarskantoor en dat zij wist dat door de overname van de drie ex-werknemers de activiteiten van het makelaarskantoor in één klap stil zouden komen te liggen terwijl zij zelf met behulp van de drie ex-werknemers zou kunnen profiteren van het gat in de markt dat daardoor zou ontstaan. Bovendien heeft het accountantskantoor volgens de rechtbank de overtreding van het relatiebeding uitgelokt.


Commentaar

Wij kunnen ons voorstellen dat het accountantskantoor er (even los van het feit dat zij kennelijk zelf ook in bescheiden mate diensten van het makelaarskantoor had betrokken) van uitging dat zij niet als cliënt in de zin van het relatiebeding zou gelden, omdat zij slechts cliënten doorverwees. Maar het in dienst nemen van drie van de vier werknemers vormt wellicht ook zonder de overtreding van het relatiebeding door de ex-werknemers al een onrechtmatige daad tegenover het makelaarskantoor, gegeven de voormalige relatie die als aandeelhouder en bovendien accountant met dat kantoor had bestaan. Het makelaarskantoor mocht er wat ons betreft van uitgaan dat haar voormalig aandeelhouder en voormalig accountant niet door het in dienst nemen van drie van de vier werknemers haar activiteiten zou platleggen en vervolgens de facto zou overnemen.

De rechtbank geeft terecht aan dat het enkele profiteren van de wanprestatie van een ander nog niet onrechtmatig is, ook niet als dat bewust gebeurt. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist, welke van verschillende aard kunnen zijn.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.