Werkneemster in detailhandel mag werken op zondag weigeren

Uitgavejaar: 2006
Uitgavenummer: 121
Vindplaats: Kantonrechter Rotterdam 26 januari 2006, JAR 2006/42

Uitspraak

Een werkneemster is op 9 augustus 2000 als parttime verkoopmedewerkster in dienst getreden van een groot warenhuis. De ondernemings-CAO van dat bedrijf verplicht de werkneemster tot het verrichten van arbeid op maximaal 13 zondagen per jaar. De ondernemingsraad heeft ingestemd met een protocol dat het mogelijk maakt werknemers op zondag in te roosteren. De winkel waar de werkneemster werkt is elke zondag open. Bij indienst-treding heeft de werkneemster er op aangedrongen niet op zondag ingeroosterd te worden, waarop de werkgever heeft aangegeven dat zij daartoe wel verplicht kan worden maar dat met haar belangen zoveel mogelijk rekening zal worden gehouden. In december 2004 en januari 2005 wordt de werkneemster twee maal ingeroosterd voor werk op zondag, waarna zij onder protest heeft gewerkt. De werkneemster vordert vervolgens dat de kantonrechter voor recht verklaart dat zij zonder haar toestemming niet verplicht is om op zondag te werken.

De kantonrechter overweegt dat de Arbeidstijdenwet de werknemer sinds 1 juni 2003 beschermt tegen werk op zondag, behoudens wanneer het tegendeel is bedongen en het werken op zondag uit de aard van de arbeid voortvloeit. Een tweede uitzondering geldt als de bedrijfs-omstandigheden het werken op zondag noodzakelijk maken, de werkgever daarover overeenstemming met het medezeggenschapsorgaan heeft bereikt en de werknemer er voor het betreffende geval mee instemt om op zondag te werken. De kantonrechter is van mening dat de eerste uitzondering zich niet voordoet omdat het werk als verkoopster in een warenhuis niet op één lijn is te stellen met werk dat naar de aard volcontinu moet worden verricht, zoals werk bij het openbaar vervoer, proces- en energie-industrie, politie, boerenbedrijf en zorgsector. Voor wat betreft de tweede uitzondering beroept de werkgever zich er op dat de werkneemster heeft ingestemd met het werken op zondag en verwijst hij naar de bepaling in de CAO en naar de afspraken bij indiensttreding. Dat de werkneemster er bij indiensttreding mee zou hebben ingestemd om op zondag te werken, wijst de kantonrechter af, gelet op de door haar kenbaar gemaakte bezwaren. De CAO-bepaling is naar het oordeel van de kantonrechter ook onvoldoende omdat de wet vereist dat individuele overeenstemming moet worden bereikt. De tweede uitzondering geldt slechts op basis van vrijwilligheid. In het onderhavige geval van openstelling op elke zondag betekent dit dat een eenmalige individuele toestemming van de werkneemster met werken op zondag nodig is. Omdat die ontbreekt, wordt de vordering van de werkneemster toegewezen.


Commentaar

Het vonnis van de kantonrechter toont aan dat het voor winkelbedrijven niet of nauwelijks mogelijk is hun werknemers te dwingen om op zondag te werken, zelfs niet al wordt bij aanvang van de arbeidsovereenkomst overeengekomen dat de werknemer met werken op zondag instemt. Omdat de aard van het werk niet vordert dat op zondag wordt gewerkt, is de werkgever afhankelijk van individuele toestemming van de werknemer, die de werknemer in elk geval afzonderlijk opnieuw moet geven. De overweging van de kantonrechter dat het in het onderhavige geval voldoende zou zijn om eenmalig in te stemmen met het werken op zondag omdat de werkgever besloten heeft tot structurele openstelling op zondag, lijkt ons in dit verband zelfs nog in strijd met de wet.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.