Werktijdverkorting: wie het eerst komt wie het eerst maalt!

Uitgavejaar: 2008
Uitgavenummer: 158
Vindplaats: Brief van Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer van 24 november 2008, kenmerk: AV/IR/2008/33534

Uitspraak

Op grond van de wet is het de werkgever verboden om de werktijd van werknemers te verkorten, zonder ontheffing van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De voorwaarden waaronder de Minister van deze ontheffingsmogelijkheid gebruik maakt zijn vastgelegd in beleidsregels en bepalen dat sprake moet zijn van vermindering van werk als gevolg van buitengewone omstandigheden die rdelijkerwijs niet tot het normale bedrijfsrisico behoren. Te denken valt aan omstandigheden in het verleden zoals wateroverlast, de vuurwerkramp in Enschede, de oorlog in Irak of de MKZ-crisis. Tijdens arbeidstijdverkorting kan een werknemer in beginsel aanspraak maken op een WW-uitkering. Na zes weken geldt wel een sollicitatieplicht.

De regering heeft besloten de regels die gelden bij het verkrijgen van ontheffing van het verbod tot werktijdverkorting aan te passen met het oog op de gevolgen van de financiële crisis. Omdat de regering wil voorkomen dat de arbeidsmarkt daardoor verstoord raakt, is sprake van een beperkte uitbreiding van de mogelijkheid tot werktijdverkorting, alleen bedoeld om een overreactie te voorkomen van gezonde bedrijven die in problemen komen door enerzijds vraaguitval en anderzijds terughoudende kredietverstrekking, en die daardoor zouden overgaan tot ontslag van meer werknemers dan uiteindelijk nodig blijkt te zijn. Het gevolg daarvan zou zijn dat onnodig werkgelegenheid verloren gaat en schaarse vakkennis uit de bedrijven verdwijnt. Er is daarom ook uitdrukkelijk sprake van een tijdelijke en beperkte uitbreiding van de mogelijkheid tot werktijdverkorting.

Om in aanmerking te komen voor werktijdverkorting moet sprake zijn van een verlies aan omzet van tenminste 30% over een periode van twee maanden, gemeten ten opzichte van de twee maanden daarvoor. Om seizoensinvloeden uit te sluiten moet ook sprake zijn van een omzetdaling van tenminste 30% ten opzichte van dezelfde periode van twee maanden een jaar eerder. De omzetdaling moet met een accountantsverklaring worden aangetoond. Het aantal werknemers waarvoor werktijdverkorting kan worden verkregen is evenredig aan het percentage van de omzetdaling.

Bij de aanvraag voor werktijdverkorting moet de werkgever een verklaring voegen dat hij zich zal inspannen om de werknemers tijdens de werktijdverkorting te scholen en bij andere bedrijven te detacheren. Dat laatste kan via regionale mobiliteitscentra die door het UWV worden opgezet. De werkgever moet ook een verklaring bijvoegen dat hij het loon van de werknemers die gedurende de werktijdverkorting (bijvoorbeeld wegens een te kort arbeidsverleden) geen recht op WW-uitkering zouden hebben doorbetaalt en dat hij het loon na het einde van de werktijdverkorting tenminste vier weken doorbetaalt. Dat laatste is van belang om de WW-rechten van de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst zeker te stellen. Verder moet bij de aanvraag een lijst van werknemers worden gevoegd voor wie de aanvraag geldt.

Werktijdverkorting is mogelijk voor de duur van zes weken, maar kan drie maal met zes weken worden verlengd, derhalve tot een totaal van 24 weken. Daarbij moet steeds opnieuw de omzetdaling middels een accountantsverklaring worden aangetoond. Uitbreiding van het aantal uren waarvoor werktijdverkorting is toegestaan, is bij deze verlenging niet mogelijk, ook niet als de omzet nog verder is gedaald. Per rechtspersoon kan maar één maal een verzoek tot werktijdverkorting worden gedaan.

Wordt voor 20 werknemers of meer werktijdverkorting gevraagd dan is instemming van de vakbonden vereist, of als er geen vakbonden zijn: van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Als voor minder dan 20 werknemers werktijdverkorting wordt gevraagd moet uit de aanvraag blijken dat overleg met het personeel of de personeelsvertegenwoordiging heeft plaatsgevonden.

Werktijdverkorting kan worden gevraagd voor zowel werknemers die voor onbepaalde tijd in dienst zijn als voor werknemers die voor bepaalde tijd in dienst zijn.

Een belangrijke voorwaarde die de regering aan de uitbreiding van de mogelijkheid tot werktijdverkorting verbindt is dat de regeling op 1 januari 2009 al weer eindigt en voor niet meer werknemers kan worden toegepast dan 20.000. Aldus moet worden voorkomen dat de regeling verhindert dat de de arbeidsmarkt zich structureel aanpast aan de gewijzigde omstandigheden.


Commentaar

Gelet op het feit dat de uitbreiding van de mogelijkheid tot werktijdverkorting tijdelijk open staat en wordt gesloten als voor het maximum van 20.000 werknemers werktijdverkorting is aangevraagd, is het voor werkgevers die van deze mogelijkheid gebruik willen maken van het grootste belang om zo snel mogelijk een aanvraag in te dienen. Te meer daar te verwachten valt dat een aantal grote werkgevers zoals Nedcar direct al van de regeling gebruik zal willen maken. De advocaten van ons kantoor kunnen u daarbij desgewenst van dienst zijn. De aanpassing van de “Beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2004” waarin de boven beschreven regeling zal worden opgenomen wordt in de loop van de week in de Staatscourant gepubliceerd.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.