Zelfstandigheidverklaring niet zaligmakend!

Zelfstandigheidverklaring niet zaligmakend!
Datum: 00-00-0000
Uitgavejaar en uitgavenummer: 2002 / 61
Vindplaats: Zie: Besluit Staatssecretaris van FinanciÎn 16 april 2002, nr. CPP2002.690M
Uitspraak

Sinds 1 januari 2002 is het voor een belastingplichtige mogelijk om in een voor bezwaar vatbare beslissing zekerheid te krijgen over de fiscale kwalificatie van het inkomen uit een arbeidsrelatie. Deze verklaring wordt aangevraagd bij (en afgegeven door) de belastingdienst. Een soortgelijke verklaring bestaat voor de opdrachtnemer die zijn arbeidskracht middels een B.V. aanbiedt. Beide verklaringen worden in de praktijk aangeduid als ìverklaring arbeidsrelatieî (VAR).De bedoeling van de verklaring is om aan de opdrachtgever de gelegenheid te geven te bepalen wat voor hem de gevolgen voor de loon- en premieheffing zijn van een arbeidsrelatie met de opdrachtnemer.In een besluit heeft de Staatssecretaris van FinanciÎn aangegeven welke gevolgen de opdrachtgever aan een VAR mag verbinden. De inhouding en afdracht van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen kan volgens het besluit van de Staatssecretaris achterwege blijven als de fiscale kwalificatie van het inkomen uit een arbeidsrelatie luidt dat sprake is van ìwinst uit ondernemingî of als uit de VAR blijkt dat ìde werkzaamheden worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening en risico van een onderneming van een vennootschap waarin de opdrachtnemer een aanmerkelijk belang heeftî.Als de VAR echter vermeldt dat de fiscale kwalificatie van het inkomen uit een arbeidsrelatie die van ìresultaat uit overige werkzaamhedenî is, mag inhouding en afdracht van loonbelasting wel, maar die van premies werknemersverzekeringen niet achterwege blijven.Aan de VAR komt blijkens het besluit geen rechtskracht toe als de opdrachtgever duidelijk moet zijn dat de kwalificatie van de arbeidsrelatie in de VAR niet meer van toepassing kan zijn, bijvoorbeeld als de opdrachtgever weet dat de feiten en omstandigheden op basis waarvan de VAR is aangevraagd, niet meer van toepassing zijn.


Commentaar

Het besluit van de Staatssecretaris bevat in wezen geen nieuws. Toch is de inhoud van het besluit van belang, omdat veel opdrachtgevers in de praktijk genoegen blijken te nemen met een VAR waarin is vermeld, dat het inkomen uit de arbeidsrelatie wordt gekwalificeerd als resultaat uit overige werkzaamheden (of zelfs als loon uit dienstbetrekking!). In dat geval is de opdrachtgever echter niet gevrijwaard van inhouding en afdracht van premies werknemersverzekeringen!In het besluit wordt de opdrachtgever aangespoord om een kopie van de VAR en de ontvangen facturen in de administratie te bewaren. Het is echter ook verstandig om aan de opdrachtnemer een kopie te vragen van de formulieren en correspondentie waarmee de VAR is aangevraagd en deze eveneens te bewaren. Op die manier kan worden aangetoond op grond van welke feiten en omstandigheden de VAR is afgegeven, hetgeen van belang is als de belastingdienst of uitvoeringsinstelling stelt dat de opdrachtgever wist of moest weten dat de feiten en omstandigheden op basis waarvan de VAR is aangevraagd, niet meer van toepassing zijn en dat hij dus aan de VAR niet het vertrouwen kon ontlenen dat premie- en loonheffing achterwege konden blijven.