Gedifferentieerde premie 2014 WGA en Ziektewet

Het UWV heeft de parameters vastgesteld aan de hand waarvan de gedifferentieerde premie voor de Werkhervattingskas voor 2014 wordt vastgesteld. Door de inwerkingtreding per 1 januari 2014 van de Wet van 1 oktober 2012 tot wijziging van de Ziektewet en enige andere wetten om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van vangnetters te beperken (Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters), Staatsblad 2012, 464 (wet "Bezava”) bestaat de gedifferentieerde premie voortaan uit drie premiecomponenten:

  • de premiecomponent WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen (de bestaande gedifferentieerde WGA-premie);
  • de premiecomponent WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen;
  • de premiecomponent ZW-lasten (Ziektewet). 
De werkgever behoeft geen premie te betalen voor de premiecomponenten betreffende uitkeringen waarvoor de werkgever eigenrisicodrager is. De mogelijkheid eigenrisicodrager te worden voor de WGA-uitkeringen van flexwerkers ontstaat echter pas op 1 januari 2016, zodat werkgevers in elk geval in 2014 en 2015 de premiecomponent WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen van de gedifferentieerde premie zullen moeten betalen.

Grens kleine, middelgrote en grote werkgevers

De wijze waarop de premiedifferentiatie wordt vastgesteld is verschillend voor kleine werkgevers, middelgrote werkgevers en grote werkgevers. De grens tussen kleine en middelgrote werkgevers en de grens tussen middelgrote en grote werkgevers wordt bepaald aan de hand van de premieplichtige loonsom. Voor het jaar 2014 is daarbij de premieplichtige loonsom van 2012 bepalend.

Kleine werkgever
Een kleine werkgever is een werkgever waarvan het premieplichtige loon twee kalenderjaren eerder (voor de premie over het jaar 2014 dus in 2012) kleiner dan of gelijk is aan tien maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer. 

Voor kleine werkgevers geldt een vaste premie die per sector wordt vastgesteld. De vastgesteld sectorpremies luiden als volgt:

Sector WGA-vast WGA-flex ZW-flex
1 Agrarisch bedrijf 0,65 0,11 0,27
2 Tabakverwerkende industrie 0,42 0,14 0,04
3 Bouwbedrijf 0,89 0,27 0,52
4 Baggerbedrijf 0,10 0,03 0,08
5 Hout- en emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie 1,08 0,21 0,52
6 Timmerindustrie 0,76 0,37 0,58
7 Meubel- en orgelbouwindustrie 0,52 0,26 0,58
8 Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie 0,49 0,14 0,27
9 Grafische industrie 0,53 0,31 0,48
10 Metaalindustrie 0,33 0,09 0,12
11 Elektrotechnische industrie 0,24 0,07 0,06
12 Metaal-en technische bedrijfstakken 0,52 0,16 0,32
13 Bakkerijen 0,60 0,24 0,46
14 Suikerverwerkende industrie 0,75 0,16 0,21
15 Slagersbedrijven 1,19 0,34 0,60
16 Slagers overig 1,01 0,24 0,34
17 Detailhandel en ambachten 0,56 0,24 0,56
18 Reiniging 1,77 0,45 0,82
19 Grootwinkelbedrijf 0,79 0,20 0,38
20 Havenbedrijven 0,37 0,17 0,30
21 Havenclassificeerders 0,76 0,27 0,29
22 Binnenscheepvaart 0,51 0,14 0,45
23 Visserij 0,95 0,17 0,20
24 Koopvaardij 0,24 0,09 0,20
25 Vervoer KLM 1,00 0,06 0,02
26 Vervoer NS 0,61 0,06 0,04
27 Vervoer posterijen 0,61 0,12 0,25
28 Taxivervoer 0,94 0,70 1,58
29 Openbaar Vervoer 0,65 0,05 0,12
30 Besloten busvervoer 0,55 0,30 0,73
31 Overig personenvervoer te land en in de lucht 0,04 0,06 0,24
32 Overig goederenvervoer te land en in de lucht 0,55 0,24 0,51
33 Horeca algemeen 0,33 0,26 0,65
34 Horeca catering 1,13 0,38 0,67
35 Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen 0,51 0,14 0,27
38 Banken 0,32 0,07 0,13
39 Verzekeringswezen 0,31 0,11 0,12
40 Uitgeverij 0,49 0,25 0,32
41 Groothandel I 0,29 0,11 0,22
42 Groothandel II 0,38 0,15 0,27
43 Zakelijke Dienstverlening I 0,26 0,08 0,14
44 Zakelijke Dienstverlening II 0,20 0,14 0,27
45 Zakelijke Dienstverlening III 0,27 0,17 0,31
46 Zuivelindustrie 0,34 0,06 0,14
47 Textielindustrie 0,97 0,34 0,22
48 Steen-, cement-, glas- en keramische industrie 0,97 0,22 0,34
49 Chemische industrie 0,51 0,09 0,16
50 Voedingsindustrie 0,42 0,11 0,18
51 Algemene industrie 0,42 0,10 0,12
52 Uitzendbedrijven 0,14 0,82 4,44
53 Bewakingsondernemingen 0,85 0,37 0,60
54 Culturele instellingen 0,23 0,19 0,31
55 Overige takken van bedrijf en beroep 0,65 0,23 0,46
56 Schildersbedrijf 0,91 0,28 0,69
57 Stukadoorsbedrijf 1,60 0,62 1,44
58 Dakdekkersbedrijf 0,90 0,28 0,91
59 Mortelbedrijf 0,60 0,06 0,10
60 Steenhouwersbedrijf 1,18 0,16 1,03
61 Overheid, onderwijs en wetenschappen 0,50 0,06 0,09
62 Overheid, rijk, politie en rechterlijke macht 0,35 0,05 0,02
63 Overheid, defensie 0,00 0,02 0,05
64 Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen 0,44 0,04 0,06
65 Overheid, openbare nutsbedrijven 0,77 0,04 0,08
66 Overheid, overige instellingen 0,28 0,04 0,06
67 Werk en (re)Integratie 2,13 0,47 1,01
68 Railbouw 0,66 0,03 0,02
69 Telecommunicatie 0,16 0,09 0,15

Middelgrote werkgever

Een middelgrote werkgever is een werkgever waarvan het premieplichtige loon twee kalenderjaren eerder (voor de premie over het jaar 2014 dus in 2012) groter is dan tien maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer maar kleiner dan of gelijk aan honderd maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer.

Voor middelgrote werkgevers geldt dat de premie gedeeltelijk wordt beïnvloed door de Ziektewet- en WGA-uitkeringen van (ex-) werknemers en dat de premie voor het overige deel per sector wordt vastgesteld. Hoe groot het deel van de premie is dat wordt beïnvloed door de Ziektewetuitkering van ex-werknemers hangt af van de hoogte van de premieplichtige loonsom van de werkgever. Hoe dichter die bij de bovengrens met de grote werkgever ligt, hoe groter het deel van de premie is dat beïnvloed wordt door de Ziektewetuitkering van de ex-werknemer.

Grote werkgever

Een grote werkgevers is een werkgever waarvan het premieplichtige loon twee kalenderjaren eerder (voor de premie over het jaar 2014 dus in 2012) groter is dan honderd maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer.

Voor grote werkgevers geldt dat de premie volledig wordt bepaald aan de hand van de Ziektewet- en WGA-uitkeringen van (ex-) werknemers. Het gemiddelde premieplichtige loon is voor 2014 vastgesteld op € 30.700. Dat betekent voor de grenzen tussen kleine, grote en middelgrote werkgevers het volgende:

2014 klein: middelgroot: groot:
premieplichtige loonsom 2012: ≤ € 307.000 > € 307.000 maar ≤ € 3.070.000 > € 3.070.000
premie: vaste sectorpremie deels individuele premiedifferentiatie deels vaste sectorpremie individuele premiedifferentiatie

Het deel van de premie van de middelgrote werkgever dat per sector wordt bepaald en het deel dat op basis van de uitkeringen van de (ex-) werknemers wordt bepaald, wordt vastgesteld op grond van de volgende formule:

sectoraal bepaalde deel:
1 - ((premieplichtige loonsom werkgever in 2012 - € 307.000)/(€ 3.070.000 - € 307.000 =) € 2.763.000)%.

individueel bepaalde deel:
((premieplichtige loonsom werkgever in 2012 - € 307.000)/(€ 3.070.000 - € 307.000 =) € 2.763.000)%

Voorbeeld:
  • Een werkgever met een premieplichtige loonsom in 2012 van € 1.000.000
€ 1.000.000  - € 307.000 = € 693.000 (is deel van de loonsom boven de ondergrens)
€ 693.000 /  € 2.763.000 = (afgerond) 0,25
Het sectoraal bepaalde deel van de premie is 1 - 0,25 = 0,75%.
Het individueel bepaalde deel van de premie is 0,25%.
  • Een werkgever met een premieplichtige loonsom in 2012 van € 2.000.000:
€ 2.000.000  - € 307.000 = € 1.693.000 (is deel van de loonsom boven de ondergrens)
€ 1.693.000 /  € 2.763.000 = (afgerond) 0,39
Het sectoraal bepaalde deel van de premie is 1 - 0,39 = 0,61%.
Het individueel bepaalde deel van de premie is 0,39%. 

Wijziging van berekening van werkgeversrisicopercentage

In de wijze van de berekening van de premie wordt met ingang van 1 januari 2014 een wijziging aangebracht. De premie wordt vastgesteld door het rekenpercentage te verhogen met een toeslag of te verlagen met een korting. De hoogte van de toeslag of korting hing af van het verschil tussen het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (landelijk, jaarlijks vastgesteld door het UWV) en het voor elke werkgever afzonderlijk te berekenen individuele werkgeversrisicopercentage. De aldus berekende toeslag en korting worden vervolgens nog vermenigvuldigd met een correctiefactor. De wijziging per 1 januari 2014 betreft de berekening van het (gemiddelde en individuele) werkgeversrisicopercentage. Dit werd voorheen berekend door vergelijking van de toe te rekenen uitkeringen (over het kalenderjaar gelegen twee jaar voor het kalenderjaar waarvan de premie moest worden vastgesteld, aangeduid als het jaar t-2) met de gemiddelde premieplichtige loonsom over de jaren gelegen twee tot en met zes jaar voor het kalenderjaar waarvan de premie moest worden vastgesteld, aangeduid als de jaren t-2 tot en met t-6). Vanaf 2014 worden de toe te rekenen uitkeringen van het jaar t-2 vergeleken met de loonsom van uitsluitend het jaar t-2. Deze wijziging is gunstig voor werkgevers met een stijgende loonsom (over de jaren t-2 tot en met t-6) maar ongunstig voor werkgevers met een gelijkblijvende of dalende loonsom (over de jaren t-2 tot en met t-6).

Premiecomponent WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen

De premies en parameters zijn als volgt vastgesteld:

jaar: minimumpremie kleine werkgever maximumpremie kleine werkgever minimumpremie grote werkgever maximumpremie grote werkgever
2009 0,27% 1,47% 0,00% 1,96%
2010 0,59% 1,59% 0,06% 2,12%
2011 0,56% 1,65% 0,07% 2,20%
2012 0,48% 1,59% 0,13% 2,12%
2013 0,47% 1,56% 0,13% 2,08%

jaar: minimumpremie maximumpremie
2014 0,12%
1,96%

jaar: grensbedrag grote / kleine werkgever basispremie   rekenpercentage gemiddeld werkgeversrisico correctiefactor
2009 € 705.000 5,70% 0,47% 0,71% 0,69
2010 € 730.000 5,70% 0,59% 0,36% 1,47
2011 € 747.500 5,65% 0,62% 0,28% 1,96
2012 € 755.000 5,05% 0,55% 0,22% 1,90
2013 € 757.500 4,65% 0,54% 0,23% 1,78

jaar: grensbedrag grote / middelgrote / kleine werkgever basispremie   rekenpercentage gemiddeld werkgeversrisico correctiefactor
2014 € 307.000 € 3.070.000 ? 0,51% 0,27% 1,44

Het feit dat voor kleine werkgevers voortaan een vaste sectorpremie geldt, betekent voor de meeste werkgevers (die geen langdurig arbeidsongeschikte werknemers hebben en aan wie daarom geen WGA-uitkeringen werden toegerekend) een stijging van de premie. Zij betaalden voorheen de minimumpremie. Een kleine groep kleine werkgevers ziet de premie juist dalen omdat zij in het verleden de maximumpremie betaalden, aangezien de toerekening van één WGA-uitkering van een ex-werknemer doorgaans voldoende was om de maximumpremie te bereiken.

De gevolgen van de vaststelling van de gedifferentieerde premie voor de (middel)grote werkgever kunnen het beste in beeld worden gebracht aan de hand van wat voorbeelden, waarbij de financiële gevolgen van de toekenning van een WGA-uitkering aan een (ex-) werknemer voor het premieonderdeel WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen van de gedifferentieerde premie van de werkgever worden berekend. 

Een berekening van de premie aan de hand van steeds hetzelfde door de jaren heen  (2009-2014) laat zien hoe de invloed die een WGA-uitkering heeft op het premieonderdeel WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen van de gedifferentieerde premie zich ontwikkelt.

Stel:
  • een werkgever heeft in het betreffende premiejaar (dus respectievelijk in 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014) een loonsom van € 1.000.000;
  • die loonsom is steeds jaarlijks ten opzichte van het kalenderjaar daarvoor met 3% gestegen;
  • aan de betreffende werkgever worden in het betreffende premiejaar € 10.000 aan arbeidsongeschiktheidslasten (uitbetaalde WGA-uitkeringen van werknemers met een vast dienstverband over het kalenderjaar dat twee jaar daarvóór is gelegen) toegerekend. 
De gevolgen voor het premieonderdeel WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen van de gedifferentieerde premie zijn dan als volgt:

jaar: premie- percentage: premie- bedrag: percentage stijging t.o.v. vorig kalenderjaar (zonder maximum) minimum premie- percentage minimum premie- bedrag: premie- stijging t.o.v. minimum-premie:
2009 0,78% € 7.800 0,00% € 0 € 7.800
2010 1,72% €17.200 +120% 0,06% € 600 € 16.600
2011 2,28% max. 2,20% € 22.800 max. € 22.000 +32% 0,07% € 700 € 21.300
2012 2,28% max.  2,12% € 22.800 max. € 21.200 0% 0,13% € 1.300 € 19.900
2013 2,14% max. 2,08% € 21.400 max. € 20.800 -6% 0,13% € 1.300 € 19.500
2014* 1,88% € 16.516 -23% 0,12% € 1.200 € 15.316

*  Geen rekening is nog gehouden met het feit dat in het gekozen voorbeeld op grond van het feit dat het gaat om een middelgrote werkgever een deel van de uiteindelijke premie niet zal worden bepaald op grond van het bedrag van de WGA-uitkering(en) maar op basis van de vaste sectorpremie.

Het bovenstaande voorbeeld is enigszins willekeurig gekozen en de gevolgen voor het premieonderdeel WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen van de gedifferentieerde premie van de toerekening van een WGA-uitkering kunnen bij andere voorbeelden wat anders zijn, maar de ontwikkeling van het premieonderdeel WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen van de gedifferentieerde premie van jaar tot jaar is in het voorbeeld wel te zien. 

Het voorbeeld zou niet veel anders uitvallen als de werkgever een veel grotere premieplichtige loonsom zou hebben gehad en daaraan dezelfde uitkering zou zijn toegerekend. Er zou dan immers een veel lager premiepercentage uit de bus zijn gerold, dat vervolgens echter over een veel hoger premieplichtig loon zou worden berekend. Het omgekeerde is eveneens waar. De belangrijkste invloed die de hoogte van de premieplichtige loonsom in het voorbeeld heeft is te bepalen wanneer de maximumpremie wordt bereikt. Dat is eerder het geval naarmate de premieplichtige loonsom kleiner is. 

Dat de WGA-uitkering minder invloed heeft op de berekening van de gedifferentieerde premie is het gevolg van:
  • de wijziging van de berekening van het werkgeversrisicopercentage (voor een werkgever met een stijgende loonsom, zoals in het voorbeeld);
  • de stijging van het gemiddelde werkgeversrisicopercentage;
  • de daling van het rekenpercentage;
  • de daling van de correctiefactor.
Evenwel is in het voorbeeld de in 2014 te betalen verhoging van de gedifferentieerde WGA-premie nog steeds ruim 65% hoger dan het bedrag van de WGA-uitkering in 2012, die de premiestijging veroorzaakt. Eigenrisicodragen blijft daardoor een optie die in beginsel goedkoper is.

Premiecomponent WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen

De premies en parameters zijn als volgt vastgesteld:

jaar: minimumpremie maximumpremie
2014 0,04%* 0,68%

*  Feitelijk valt de berekening van de premie bij het volledig ontbreken van toe te rekenen WGA-uitkeringen echter zodanig uit dat steeds minimaal 0,14% wordt betaald.


jaar: grensbedrag grote / middelgrote / kleine werkgever basispremie   rekenpercentage gemiddeld werkgeversrisico correctiefactor
2014 € 307.000 € 3.070.000 ? 0,18% 0,02% 2,00

Hetzelfde rekenvoorbeeld als hierboven, dat wil zeggen:
  • een werkgever heeft in het premiejaar 2014 een loonsom van € 1.000.000;
  • die loonsom is steeds jaarlijks ten opzichte van het kalenderjaar daarvoor met 3% gestegen;
  • aan de betreffende werkgever worden in het betreffende premiejaar € 10.000 aan arbeidsongeschiktheidslasten (uitbetaalde WGA-uitkeringen van flexwerkers over het kalenderjaar dat twee jaar daarvóór is gelegen) toegerekend;
laat dan de gevolgen van de toerekening van een WGA-uitkering van een ex-werknemer op de hoogte van de nieuwe gedifferentieerde premie zien. Deze gevolgen zijn als volgt:

jaar: premie- percentage: premie- bedrag: percentage stijging t.o.v. vorig kalenderjaar (zonder maximum) minimum premie- percentage minimum premie- bedrag: premie- stijging t.o.v. minimum-premie:
2014 2,45% max. 0,68% € 22.656 max. € 6.800* n.v.t. 0,04% € 400 € 22.256 max. € 6.400

*  Geen rekening is nog gehouden met het feit dat in het gekozen voorbeeld op grond van het feit dat het gaat om een middelgrote werkgever een deel van de uiteindelijke premie niet zal worden bepaald op grond van het bedrag van de WGA-uitkering(en) maar op basis van de vaste sectorpremie.

De premiestijging in 2014 als gevolg van de € 10.000 WGA-uitkering van de flexwerker in 2012 bedraagt derhalve € 6.800. Het betalen van gedifferentieerde WGA-premie is derhalve vooralsnog goedkoper dan eigenrisicodragen (dat sowieso pas in 2016 mogelijk wordt), maar dat is uitsluitend het gevolg van de maximering van de premie op 0,68%. Zonder die maximering zou de premie € 22.656 hebben bedragen. Dan zou de premiestijging 122% duurder zijn dan het bedrag van de uitkering dat als eigenrisicodrager twee jaar daarvoor betaald zou moeten worden.

De maximering van de premie wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde percentage (namelijk vier maal het gemiddelde percentage van 0,49%). Het gemiddelde percentage wordt bepaald op grond van een begroting van de kosten van de WGA-uitkeringen van de flexwerkers die in 2014 betaald moeten worden en ten laste van de Werkhervattingskas moeten komen. Omdat daarbij WGA-uitkeringen die zijn ingegaan vóór 2012 niet meetellen, zal in de komende jaren het gemiddelde percentage en daarmee de maximum premie gaan stijgen (steeds meer WGA-uitkeringen die in of na 2012 zijn ingegaan; van de maximale tien jaar WGA-uitkeringen die ten laste van de Werkhervattingskas komen tellen in 2014 uitsluitend nog de WGA-uitkeringen mee die zijn ingegaan in 2012 en 2013 en de WGA-uitkeringen die in de loop van 2014 ingaan en dat is maar 25% van de tien jaar instroom die in de structurele situatie gaat gelden). Daarom is te verwachten dat de premie die werkgevers betalen als gevolg van het premieonderdeel WGA-lasten van flexibele dienstbetrekkingen de komende jaren sterk gaat stijgen. 

Premiecomponent ZW-lasten

De premies en parameters zijn als volgt vastgesteld:

jaar: minimumpremie maximumpremie
2014 0,07%* 1,24%

*  Feitelijk valt de berekening van de premie bij het volledig ontbreken van toe te rekenen Ziektewetuitkeringen echter zodanig uit dat steeds minimaal 0,14% wordt betaald.


jaar: grensbedrag grote / middelgrote / kleine werkgever basispremie   rekenpercentage gemiddeld werkgeversrisico correctiefactor
2014 € 307.000 € 3.070.000 ? 0,34% 0,10% 2,00


Hetzelfde rekenvoorbeeld als hierboven, dat wil zeggen:
  • een werkgever heeft in het premiejaar 2014 een loonsom van € 1.000.000;
  • die loonsom is steeds jaarlijks ten opzichte van het kalenderjaar daarvoor met 3% gestegen;
  • aan de betreffende werkgever worden in het betreffende premiejaar € 10.000 aan arbeidsongeschiktheidslasten (uitbetaalde Ziektewetuitkeringen van flexwerkers over het kalenderjaar dat twee jaar daarvóór is gelegen) toegerekend;
laat dan de gevolgen van de toerekening van een Ziektewetuitkering van een ex-werknemer op de hoogte van de nieuwe gedifferentieerde premie zien. Deze gevolgen zijn als volgt:

jaar: premie- percentage: premie- bedrag: percentage stijging t.o.v. vorig kalenderjaar (zonder maximum) minimum premie- percentage minimum premie- bedrag: premie- stijging t.o.v. minimum-premie:
2014 2,61% max. 1,24% € 22.656 max. € 12.400* n.v.t. 0,07% € 700 € 21.956 max. 11.700

*  Geen rekening is nog gehouden met het feit dat in het gekozen voorbeeld op grond van het feit dat het gaat om een middelgrote werkgever een deel van de uiteindelijke premie niet zal worden bepaald op grond van het bedrag van de WGA-uitkering(en) maar op basis van de vaste sectorpremie.


De premiestijging in 2014 als gevolg van de € 10.000 Ziektewetuitkering van de flexwerker in 2012 bedraagt derhalve € 12.400. Zonder maximering van de premie zou de premiestijging zelfs € 22.656 hebben bedragen.

In het voorbeeld is het bedrag van de in 2014 te betalen verhoging van de gedifferentieerde premie 24% hoger dan het bedrag van de Ziektewetuitkering in 2012, die de premiestijging veroorzaakt. Zonder maximering zou dat zelfs 122% zijn. Eigenrisicodragen worden voor de Ziektewet is mede daarom zeker te overwegen.

In het geval van de premiecomponent ZW-lasten is een stijging van de maximumpremie in de toekomst niet direct te verwachten. Weliswaar geldt ook hier dat:
  • de maximering van de premie wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde percentage (namelijk vier maal het gemiddelde percentage van 0,31%);
  • het gemiddelde percentage wordt bepaald op grond van een begroting van de kosten van de Ziektewetuitkeringen van de flexwerkers die in 2014 betaald moeten worden en ten laste van de Werkhervattingskas moeten komen;
  • Ziektewetuitkeringen die zijn ingegaan vóór 2012 niet meetellen;
maar anders dan ten aanzien van de WGA-uitkeringen geldt dat maar maximaal twee jaar Ziektewetuitkeringen ten laste van de Werkhervattingskas komen. Als de uitkeringen die voor 2012 zijn ingegaan niet meetellen, dan komen met de uitkeringen die in 2012 en 2013 zijn ingegaan en die in 2014 nog ingaan nog steeds altijd twee volle jaren ten laste van de Werkhervattingskas en dat worden er in de toekomst niet meer. Een stijging van de premiecomponent ZW-lasten behoeft daarom niet te worden verwacht uitsluitend op basis van de stijging van de maximumpremie.

Eigenrisicodragen Ziektewet

Werkgevers die nog per 1 januari 2014 eigenrisicodrager willen worden, dienen vóór 2 oktober 2013 een aanvraag bij de belastingdienst in te dienen. Omdat werkgevers belang hebben bij de informatie die het UWV hen zal toezenden nadat zij hebben aangegeven van welke ex-werknemers zij de Ziektewetbeslissingen hebben ontvangen, heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid  in een nieuwsbericht aangegeven dat de belastingdienst tot uiterlijk 1 december 2013 ruimte zal bieden om de aanvraag af te ronden na ontvangst van de bij het UWV aangevraagde informatie. Concreet betekent dit waarschijnlijk dat de werkgever die vóór 2 oktober 2013 een aanvraag voor eigenrisicodragen voor de Ziektewet indient, nog tot 1 december 2013 kan besluiten om de aanvraag in te trekken dan wel af te ronden en door te zetten.

De invloed van het uitkeringsbedrag op de hoogte van de premie

Wat bij de nieuwe gedifferentieerde premies opvalt is de verschillende invloed die het bedrag van de aan de werkgever toe te rekenen uitkeringen heeft op de hoogte van de stijging van het bedrag van de te betalen gedifferentieerde premie. In alle gevallen (premiecomponent WGA-lasten vaste dienstbetrekkingen; premiecomponent WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen; premiecomponent ZW-lasten) geldt dat het bedrag van de premiestijging veel hoger is dan het bedrag van de uitkering dat tot die premiestijging aanleiding gaf. Voor de nieuwe gedifferentieerde premies (WGA-flex; ZW) geldt dat zelfs in nog veel hogere mate dan waarin dat al steeds gold voor de bestaande gedifferentieerde WGA-premie (WGA-vast). Maar voor de nieuwe gedifferentieerde premies geldt dat de stijging van de gedifferentieerde premie al snel de grens van de maximumpremie bereikt. 

Dat komt op de eerste plaats door het relatief lage gemiddelde werkgeversrisicopercentage: gemiddeld hebben de werkgevers in Nederland kennelijk (nog) niet erg veel Ziektewet- en WGA-uitkeringen van flexwerkers die aan hen toegerekend worden. Als een werkgever wel Ziektewet- en WGA-uitkeringen van flexwerkers heeft, die aan hem toegerekend moeten worden, dan zijn die al gauw bovengemiddeld en leiden die tot een toeslag op het rekenpercentage. De hoge correctiefactor (2,00) zorgt er dan verder voor dat de toeslag nog veel hoger uitvalt. Dat de maximumpremie snel bereikt wordt komt op de tweede plaats door de (nog) lage maximumpremie. Ook dat is een gevolg van het feit dat de werkgevers in Nederland kennelijk (nog) niet erg veel Ziektewet- en WGA-uitkeringen van flexwerkers die aan hen toegerekend worden. De maximumpremie wordt bepaald op grond van de gemiddelde premie (namelijk vier maal de gemiddelde premie) en de gemiddelde premie wordt weer bepaald op grond van het bedrag van de Ziektewet- en WGA-uitkeringen van flexwerkers dat in 2014 moet worden uitbetaald. 

Voor de premiecomponent WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen geldt dat er de komende jaren steeds meer WGA-uitkeringen van flexwerkers aan werkgevers zullen worden toegerekend omdat er steeds meer na 1 januari 2012 ingegane WGA-uitkeringen zijn die aan werkgevers worden toegerekend. Die ontwikkeling stopt pas als de eindsituatie wordt bereikt waarin tien jaar WGA-uitkeringen aan werkgevers worden toegerekend. Door deze ontwikkeling zal zowel het gemiddeld werkgeversrisicopercentage stijgen (waardoor minder snel een bovengemiddled werkgeversrisicopercentage wordt bereikt en dus minder snel een toeslag wordt betaald), maar anderzijds zal de maximumpremie daardoor ook snel gaan stijgen.

Het onderstaande voorbeeld laat zien wanneer de maximumpremie voor elk van de drie premiecomponenten wordt bereikt. Uitgegaan wordt van een werkgever met een premieplichtige loonsom van € 4.000.000 in zowel 2012 als 2014. De tabel geeft aan wat de gevolgen zijn voor de hoogte van de gedifferentieerde premies van het bedrag aan toegerekende uitkeringen dat in de eerste kolom is vermeld.


 bedrag van de toegerekende uitkeringen:  premie WGA-vast:  premie WGA-flex:  premie ZW-flex:
€ 10.000
 € 19.248  € 25.600
 € 25.600
€ 20.000  € 33.648
 € 27.200*
 € 45.600
€ 30.000  € 48.048
 € 27.200*
 € 49.600*
€ 40.000  € 62.448
 € 27.200*  € 49.600*
€ 50.000  € 76.848
 € 27.200*
 € 49.600*
€ 60.000
 € 78.400*  € 27.200*
 € 49.600*



*  maximumpremie bereikt



mr. J.P.M. (Joop) van Zijl



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Allereerst een succesvol en gezond 2014. Even een vraag. Ik heb zelf al een tijdje gezocht naar de vindplaats voor het volgende. In het verleden was het zo, dat een werkgever een herziening kon aanvragen voor de indeling klein/middel/groot als de (geschatte) loonsom in het nieuwe premiejaar 25 % of meer afweek van de door de belastingdienst of UWV berekende loonsom in jaar T-2. Ik kan dat nu nergens meer vinden. Weet jij of dat nog steeds zo geregeld is en waar dat staat?
Door Theo van Dillen op vrijdag 3 januari 2014