Realiseer grote besparingen en laat ons uw premiebesluit 2019 controleren!

U heeft nog 00 days 00 hours 00 minutes 00 seconds
Op 30 november 2018 heeft de belastingdienst aan werkgevers de beslissing verzonden waarmee de hoogte wordt vastgesteld van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas die de betreffende werkgever in 2019 aan de belastingdienst moet betalen.

De advocaten en adviseurs (register casemanagers) van ons kantoor realiseren voor onze cliënten grote besparingen op de kosten van arbeidsongeschikte (ex-) werknemers door een intensieve controle, niet alleen van het besluit van de belastingdienst, maar ook en vooral van de onderliggende uitkeringsbesluiten van het UWV. De besparingsmogelijkheden zijn veel groter dan u waarschijnlijk denkt. Soms kunnen besparingen worden gerealiseerd tot vijf jaar terug!

Als gevolg van deze termijn van vijf jaar is er in 2019 voor het laatst gelegenheid om nog te komen tot herziening van het premiebesluit van 2014. In dat jaar werden voor het eerst de Ziektewet- en WGA-uitkeringen van flexwerkers (werknemers die ziek uit dienst zijn gegaan) aan werkgevers toegerekend. Uit ervaring weten wij dat juist in het premiejaar 2014 veel Ziektewet- en WGA-uitkeringen van (ex-) werknemers ten onrechte aan werkgevers werden toegerekend. Ook werkgevers die eigenrisicodrager zijn of waren hebben in 2014 met de toerekening van de uitkeringen van flexwerkers te maken gehad. Laat deze laatste gelegenheid om te komen tot premiebesparing niet verloren gaan en laat ons uw premiebesluit controleren!

Te mooi om waar te zijn? Kijk dan eens wat één van onze cliënten daarover zegt in een video op onze website: www.vanzijl-advocaten.nl/schadelastbeperking.

Duur? Als gevolg van aan ons kantoor gegeven opdrachten tot controle van de premiebesluiten over 2018 bespaarden 100 werkgevers in totaal een bedrag van bijna € 10 miljoen aan premies. Deze werkgevers verdienden iedere geïnvesteerde euro gemiddeld ruim 24* maal terug! Zie voor meer details: www.vanzijl-advocaten.nl/resultatencontrolepremiebesluiten2018.

Meer informatie? Neem contact op met Michèle Sonneveld van ons kantoor (tel. 013 4635599; e-mail: m.sonneveld@kantoormrvanzijl.nl).

Controle van het premiebesluit is doorgaans zinvol voor werkgevers met een premieplichtige loonsom vanaf ongeveer € 800.000. Let op: tegen het premiebesluit van de belastingdienst moet binnen zes weken bezwaar gemaakt kunnen worden. Laat uw besparingskans niet voorbij gaan en neem tijdig contact met ons op!

Deze melding niet meer weergeven

Cumulatiegrond

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid moet voor ontslag zijn voldaan aan de voorwaarden van één van acht in de wet genoemde "redelijke gronden” (artikel 7:669 lid 3 BW). Daarbij is het de rechter verboden om tot ontslag over te gaan als sprake is van meerdere gronden voor ontslag zonder dat bij één van de gronden aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan. Door de introductie van een "cumulatiegrond” moet ontslag in dergelijke gevallen toch mogelijk worden gemaakt. De rechter moet dan afwegen of van de werkgever kan worden verlangd om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. In artikel 7:669 lid 3 onder i wordt als ontslaggrond opgenomen: "een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden, bedoeld in de onderdelen c tot en met h, die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren”.

Als de rechter tot ontslag overgaat kan hij bovenop de transitievergoeding een extra ontslagvergoeding toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (artikel 7:671b lid 8 BW).

Deze extra vergoeding staat los van de billijke vergoeding die de rechter kan toekennen als sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever.

Overgangsrecht

Op grond van artikel XI Wet arbeidsmarkt in balans is het oude recht van toepassing als het ontbindingsverzoek vóór de inwerkingtreding van de wet is ingesteld.

Commentaar

De invoering van de cumulatiegrond is een belangrijke wijziging! De cumulatiegrond zal er toe bijdragen dat werknemers aanzienlijk vaker dan voorheen kunnen worden ontslagen, ook al zullen de kosten van het ontslag daardoor kunnen stijgen tot 150% van de transitievergoeding. Werknemers krijgen daardoor ook een minder sterke positie in onderhandelingen over een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden (vaststellingsovereenkomst). Veel minder vaak zal de werknemer kunnen onderhandelen vanuit de positie dat zonder zijn medewerking de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden. In plaats daarvan zal vaak de positie van de werknemer "slechts” zijn dat de kosten van de ontslagvergoeding met 50% stijgen.