Proeftijd

Voor het rechtsgeldig kunnen bedingen van een proeftijd is vereist dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een duur van meer dan zes maanden. De maximaal toegelaten proeftijd bedraagt dan een maand. Als de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van tenminste twee jaar of als de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd, bedraagt de maximaal toegelaten proeftijd twee maanden.

Om arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken voor werkgevers wordt de maximale proeftijd voor arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verlengd tot maximaal vijf maanden. Voor arbeidsovereenkomsten aangegaan voor de duur van twee jaar of langer zal de maximaal toegelaten proeftijd worden verlengd naar drie maanden.

Om misbruik te voorkomen wordt in artikel 7:652 lid 5 BW bepaald dat een proeftijd van drie maanden of een proeftijd van vijf maanden alleen mogelijk is bij een eerste arbeidsovereenkomst tussen dezelfde partijen, ook indien de nieuwe arbeidsovereenkomst duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden van de werknemer eist dan de vorige arbeidsovereenkomst. Bij een dergelijke arbeidsovereenkomst bedraagt de proeftijd twee maanden.

De maximaal toegelaten proeftijd bedraagt dan dus:

duur arbeidsovereenkomst: maximale duur proeftijd:
zes maanden of korter geen proeftijd
langer dan zes maanden maar korter dan twee jaar een maand
twee jaar of langer maar niet voor onbepaalde tijd drie maanden*
onbepaalde tijd vijf maanden*

* alleen bij een eerste arbeidsovereenkomst tussen partijen; bij een opvolgende overeenkomst twee maanden.

Met betrekking tot de mogelijkheid van de opzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tijdens de proeftijd wordt nog een gelijkstelling geregeld met de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor wat betreft de regeling van de gevolgen van verlenging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (artikel 7:668a lid 2 onder b BW) en voor wat betreft de regeling van het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (artikel 7:653 lid 5 BW).

Overgangsrecht

In artikel X Wet arbeidsmarkt en zekerheid is bepaald dat het oude recht van toepassing blijft op arbeidsovereenkomsten die vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet zijn gesloten.

Commentaar

Te verwachten valt dat veel werkgevers met tijdelijke arbeidskrachten waaraan zij niet langer dan vijf maanden behoefte hebben een arbeidsovereenkomst zullen aangaan voor onbepaalde tijd met een proeftijd van vijf maanden. In dat geval is de ontslagbescherming van de werknemer immers minimaal. Weliswaar bestaat deze mogelijkheid alleen bij een eerste arbeidsovereenkomst, maar dat zal werkgevers niet verhinderen om dan toch bij de eerste arbeidsovereenkomst van deze mogelijkheid gebruik te maken. De regering wil de proeftijd uitbreiden om het zo voor werkgevers aantrekkelijker te maken om direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan, maar voorzienbaar is dat van deze mogelijkheid vooral gebruik gemaakt zal worden door werkgevers die in het geheel niet de intentie hebben om de arbeidsovereenkomst langer dan vijf maanden te laten duren.