Algemeen


Regeerakkoord

In het regeerakkoord hebben de coalitiepartijen afgesproken om een groot aantal maatregelen te nemen ten aanzien van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid.

Deze maatregelen vallen uiteen in meerdere delen:
  • maatregelen op het terrein van het arbeidsovereenkomstenrecht en de WW die bijdragen aan het bewerkstelligen van een nieuwe balans op de arbeidsmarkt tussen zekerheid en kansen binnen de arbeidsovereenkomst;
  • maatregelen rond de positie van zelfstandigen, gericht op het bestrijden van schijnzelfstandigheid zonder dat opdrachtgevers van "echte” zelfstandigen niet behoeven te vrezen voor naheffing;
  • maatregelen rondom de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid;
  • het stimuleren van een leven lang ontwikkelen.

Adviescommissie

Ook heeft de regering een adviescommissie ingesteld om onderzoek te doen naar en advies te geven over fundamentele vragen over de toekomst van de regulering van werk. De Commissie moet onderzoeken hoe werk er in de toekomst uit gaat zien en met wat voor wetten en regelgeving de overheid daar het beste bij kan aansluiten. De commissie moet verder onderzoeken of er aanpassingen nodig zijn, en zo ja, waar (bijvoorbeeld naar de juridische regels rondom arbeidscontracten, maar ook naar eventuele aanpassingen in onder meer vast en tijdelijk werk, arbeidsongeschiktheid, belastingen en zzp). De commissie moet uiterlijk op 1 november 2019 advies uitbrengen.

Bestrijden van schijnzelfstandigheid

Het betreft hier een hervorming van de wettelijke regels ter zake van de inhuur van zzp-ers ter vervanging van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Met betrekking tot de maatregelen rondom de positie van zelfstandigen worden in het regeerakkoord genoemd:
  • een ondergrens op basis waarvan bepaald wordt dat ingehuurde zzp-ers steeds geacht zullen worden werkzaam te zijn geweest op basis van een arbeidsovereenkomst;
  • een bovengrens op basis waarvan bepaald wordt dat ingehuurde zzp-ers steeds zullen kunnen kiezen om geen loonbelasting en sociale premies in te houden en af te dragen ("opt-out”);
  • een middels een webmodule en met medewerking van de opdrachtgevers tot stand te brengen opdrachtgeversverklaring die bij de inhuur van zzp-ers vooraf duidelijkheid en zekerheid geeft over het al dan niet bestaan van vrijwaring ten aanzien van de naheffing van loonbelasting en sociale premies.

De regering heeft inmiddels gemeld dat de maatregel met betrekking tot de ondergrens mogelijk in strijd is met de Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, Publicatieblad L 376/36) die het vrije verkeer van diensten binnen de interne Europese markt moet garanderen. Het aanmerken van de overeenkomst van opdracht met een zelfstandige als een arbeidsovereenkomst zou waarschijnlijk inbreuk maken op de vrijheid van vestiging (artikel 49) en de vrijheid van dienstverrichting (artikel 56) in het EU-Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Als alternatief wordt gewerkt aan een minimumtarief voor zelfstandigen (€ 15 - € 18 per uur).

De webmodule zal volgens de regering naar verwachting eind 2019 gereed zijn. Als de webmodule tot een opdrachtgeversverklaring leidt heeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat geen loonheffing behoeft te worden ingehouden en geen premies werknemersverzekeringen behoeven te worden afgedragen als de webmodule naar waarheid is ingevuld en in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt. Als de webmodule niet de conclusie kan trekken dat van een dienstbetrekking geen sprake is, wordt geen opdrachtgeversverklaring afgegeven. Opdrachtgevers kunnen dan nog wel vooroverleg plegen met de belastingdienst.

Per 1 januari 2019 wordt aan het Handboek loonheffingen van de belastingdienst een verduidelijking van het gezagscriterium toegevoegd. Daarin worden weliswaar de relevante elementen van de gezagsverhouding verduidelijkt op basis van wet en jurisprudentie, maar een weging van deze elementen die leidt tot een eenduidige conclusie over de vraag of al dan niet sprake is ven van een gezagsverhouding bevat de verduidelijking niet.

De regering wil de maatregelen in de eerste helft van 2019 publiceren voor internetconsultatie. In dat geval zal de inwerkingtreding per 1 januari 2021 kunnen plaatsvinden.

Verplichtingen in verband met arbeidsongeschiktheid

Met betrekking tot de verplichtingen van werkgevers bij arbeidsongeschiktheid van werknemers worden in het regeerakkoord (onder meer) de volgende maatregelen genoemd:
  • beperking van de verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte van kleine werkgevers tot één jaar (nu: 104 weken);
  • verkorting van de duur van de periode waarin WGA-uitkeringen voor rekening van de (middel)grote werkgever komen naar vijf jaar (nu: tien jaar);
  • wegnemen van onzekerheid over het opleggen van een loonsanctie door deze te laten vervallen voor werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de WGA en door werkgevers die geen eigenrisicodrager zijn voor de WGA de mogelijkheid te geven om na de eerstejaarsevaluatie een re-integratieplan aan het UWV voor te leggen waarbij geen loonsanctie zal worden opgelegd als het plan door het UWV wordt goedgekeurd en als de re-integratie vervolgens conform het plan wordt uitgevoerd;
  • verruiming van de mogelijkheid van het UWV om de resterende verdiencapaciteit van arbeidsongeschikte werknemers vast te stellen door niet langer te eisen dat daarvoor drie geschikte functies vereist zijn die in het computersysteem van het UWV (CBBS) elk drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen maar door voldoende te doen zijn dat in dat computersysteem negen geschikte arbeidsplaatsen worden gevonden;
  • afschaffing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting voor vangnetters met een Ziektewetuitkering;
  • invoering van de inkomenseis voor volledig arbeidsongeschikte werknemers met een WGA-uitkering die wel een resterende verdiencapaciteit hebben maar waarbij de resterende verdiencapaciteit is vastgesteld op ten hoogste 20%.

De voorgenomen maatregel betreffende de verkorting van de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte van kleine werkgevers werd plotseling omstreden toen duidelijk werd dat kleine werkgevers als gevolg hiervan een hogere premie aan de belastingdienst zouden moeten gaan betalen, waarmee de kosten van de loondoorbetaling tijdens het tweede jaar gedekt zouden moeten worden. De verwachting is dat de totale kosten van kleine werkgevers hierdoor zullen stijgen vanwege het ontbreken van re-integratieprikkels tijdens het tweede ziektejaar.

Op 25 april 2018 heeft de regering een concept voor een wetsvoorstel Wettelijke maatregelen inzake de verkorting van de individuele risicoduur van werkgevers betreffende de WGA-uitkeringen van (ex-) werknemers gepubliceerd voor internetconsultatie. De daarin opgenomen verkorting van de periode waarin WGA-uitkeringen voor (middel)grote werkgevers komen is daarbij eveneens omstreden vanwege de te verwachten verhoging van de totale kosten van de werkgevers als gevolg van het afnemen van re-integratieprikkels.

Maatregelen op het gebied van het arbeidsovereenkomstenrecht en de WW

Het wetsvoorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans bevat met name aanpassingen van de Wet werk en zekerheid die per 1 januari 2015/1 juli 2015 in werking is getreden. Opnieuw wordt geprobeerd de kloof tussen vast werk en flexibel werk kleiner te maken door het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om een vast contract aan te gaan en door maatregelen te treffen die er op gericht zijn om flexibel werk mogelijk te doen zijn als het aansluit bij de aard van de werkzaamheden en te voorkomen als het er op gericht is om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Negatieve effecten van specifieke vormen van flexibele arbeid, zoals onzekerheid over werk en inkomen en afwenteling van kosten en risico’s moeten door het wetsvoorstel worden beperkt of duurder worden gemaakt.

Inwerkingtreding

De beoogde datum van inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans is 1 januari 2020. Voor die datum staat ook de invoering gepland van de wettelijke maatregelen ter bestrijding van schijnzelfstandigheid en van de wettelijke maatregelen die de verplichtingen van werkgevers bij ziekte en arbeidsongeschiktheid beperken.

Inmiddels is duidelijk dat regeringsplannen voor bestrijding van schijnzelfstandigheid pas op 1 januari 2021 zullen kunnen worden ingevoerd en doet de kritiek op de maatregelen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid in combinatie met de instelling van de Commissie Regulering van werk vrezen dat ook de maatregelen op dat gebied pas concreet zullen worden na het advies van die Commissie en dat zij dus op 1 januari 2020 niet in werking zullen kunnen treden.