Aanvraag verkorte wachttijd WIA ten onrechte afgewezen

Uitgavejaar: 2010
Uitgavenummer: 189
Vindplaats: Sector bestuursrecht rechtbank ‘s-Gravenhage 17 november 2010, www.rechtspraak.nl, ljn: BO4616

Uitspraak

Een werkneemster valt op 30 mei 2008 wegens longklachten uit voor haar werk als inpakster. Omdat de werkneemster zich duurzaam en volledig arbeidsongeschikt acht, vraagt zij een WIA-uitkering (IVA-uitkering) aan met verkorte wachttijd. Bij de aanvraag wordt een verklaring van de bedrijfsarts en van de behandelend longarts gevoegd. Het UWV wijst de aanvraag echter af. De werkgever (die bij de beslissing belang heeft omdat een vervroegd toe te kennen IVA-uitkering door de werkgever kan worden verrekend met het tijdens ziekte door te betalen loon) maakt tegen die beslissing bezwaar, maar dat bezwaar wordt door het UWV ongegrond verklaard. De werkgever stelt daarna beroep in bij de rechtbank.

De afwijzing door het UWV is gebaseerd op het feit dat de bedrijfsarts informatie van een longarts heeft overgelegd die de werkneemster inmiddels niet meer behandelt, terwijl een recente verklaring van de actuele behandelende longarts ontbreekt. Daardoor zou onduidelijk zijn welke aandoening de werkneemster heeft en of er kans op herstel is (N.B.: indien er een kans op herstel is, is geen sprake van duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid en bestaat geen recht op een vervroegde toekenning van een IVA-uitkering). In bezwaar is alsnog een verklaring van de behandelende longarts overgelegd, maar dat is volgens het UWV te laat. Dat inmiddels duidelijk is dat de werkneemster een ernstige ziekte heeft, is volgens het UWV eerst nadien vaststelbaar geweest. In beroep stelt de werkgeefster daartegenover dat het UWV zelf een onderzoeksplicht heeft en dat het UWV dus zelf medisch onderzoek had moeten doen en zelf informatie bij de behandelaren had moeten opvragen.

De rechtbank stelt vast dat de wet slechts een ver-klaring van de bedrijfsarts voorschrijft waaruit de medische situatie van de werknemer en de vooruitzichten blijken. Deze verklaring moet zijn opgesteld op basis van gegevens inzake de medische specialistische onderzoeken of behandelingen die de werkneemster heeft ondergaan, tenzij dat in redelijkheid niet van de bedrijfsarts kan worden gevergd. Omdat de verklaring van de bedrijfsarts de vastgestelde diagnose, een toelichting op het progressieve karakter van het ziektebeeld en de mogelijkheden tot herstel bevatte en omdat de bedrijfsarts zich daarbij mede had gebaseerd op een verklaring van de voordien behandelend longarts, voldeed de aanvraag aan de wettelijke vereisten. Dat de betreffende longarts de werkneemster inmiddels niet meer behandelde, doet daaraan niet af. Bovendien heeft het UWV de werkgever in bezwaar niet in de gelegenheid gesteld om nadere informatie te overleggen en in plaats daarvan de alsnog overgelegde verklaring van de behandelende longarts buiten beschouwing gelaten. Verder rekent de rechtbank het het UWV aan dat het UWV zelf geen pogingen heeft gedaan om informatie over de medische toestand van de werkneemster op te vragen bij de behandelaren. Het eisen van een schriftelijke en recente verklaring van de behandelende medische specialist is niet terug te voeren op de wet. Het beroep wordt dan ook gegrond verklaard en het UWV moet een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van de werkgever nemen.


Commentaar

In deze zaak laat het UWV zich weer eens van zijn slechtste kant zien door een uiterst formeel standpunt in te nemen, dat niet is gebaseerd op de wet. Desalniettemin doen werkgevers en werknemers er goed in de aanvraag voor de vervroegde toekenning van een IVA-uitkering (die maar één maal mag worden gedaan) steeds zo goed mogelijk te onderbouwen.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.