Werkgever moet loon tijdens ziekte betalen aan gedetineerde werknemer

Werkgever moet loon tijdens ziekte betalen aan gedetineerde werknemer
Datum: 30-03-2024
Uitgavejaar en uitgavenummer: 2024 / 546
Vindplaats: Kantonrechter Zutphen 27 februari 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:1051
Uitspraak

Een werkgever moest aan een gedetineerde werknemer het loon tijdens ziekte doorbetalen, omdat de primaire reden van het niet kunnen werken niet de detentie, maar de ziekte was.

Een productiemedewerker van een metaalbewerkingsbedrijf was in juli 2022 ziek uitgevallen. Hij had ernstige psychische klachten. Nadat hij in december 2022 zijn echtgenote thuis had aangevallen, werd hij in voorlopige hechtenis geplaatst. Op 20 januari 2023 deelt de werkgever mede dat de loondoorbetaling per 1 januari 2023 wordt stopgezet.
In februari 2023 wordt de voorlopige hechtenis geschorst en wordt de werknemer voor een klinische behandeling opgenomen in de psychiatrische afdeling van een penitentiaire inrichting. In november 2023 wordt de werknemer door de strafkamer van de rechtbank ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hij op het moment van het bewezen verklaarde strafbare feit volledig ontoerekeningsvatbaar was. Aan hem wordt als maatregel terbeschikkingstelling opgelegd. Eén van de voorwaarden van deze terbeschikkingstelling is de voortzetting van de behandeling in een zorginstelling. In december 2023 mag de werknemer weer naar huis, waarbij hij dagbehandeling krijgt.
In februari 2024 vordert de werknemer in kort geding betaling van het loon vanaf 1 januari 2023. Hij stelt daarbij dat het feit dat hij niet in staat was om te werken voor rekening van de werkgever komt, omdat de primaire reden van het niet kunnen werken was dat de werknemer als gevolg van ziekte volledig arbeidsongeschikt was.
De kantonrechter wijst op de twee wettelijke bepalingen die regelen of een werknemer die niet werkt toch recht op loon heeft. Volgens de eerste bepaling moet de werkgever het loon betalen tenzij de reden van het niet werken in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. De detentie is daarbij volgens de kantonrechter een reden die voor rekening van de werknemer behoort te komen. Volgens de tweede bepaling heeft de werknemer recht op loon als hij niet werkt vanwege ziekte. Omdat de werknemer gedurende de periode waarover betaling van het loon wordt gevorderd zowel gedetineerd als ziek was, moet de kantonrechter beslissen welke bepaling vóór gaat op de andere. Volgens de kantonrechter is dat de bepaling die recht geeft op loon wegens ziekte, aangezien uit het vonnis van de strafrechter en de opname in een psychiatrische kliniek moet worden afgeleid dat de voorlopige hechtenis en de opname op de penitentiaire psychiatrische afdeling waarschijnlijk het gevolg zijn van ziekte. Daarmee is de ziekte volgens de kantonrechter de primaire oorzaak van het niet kunnen werken. Om die reden moet de werkgever het loon vanaf 1 januari 2023 aan de werknemer betalen.


Commentaar

Uit de wetsgeschiedenis van de wet waarmee de werkgever in 1996 verplicht werd om tijdens ziekte het loon van de werknemer door te betalen (in plaats van dat de werknemer een Ziektewetuitkering ontving) is af te leiden dat geen loon behoeft te worden betaald als de primaire oorzaak van de verhindering tot werken een andere is dan ziekte. Als voorbeeld werd daarbij genoemd dat een werknemer tijdens zijn detentie ziek wordt. Tot 1996 had de werknemer in een dergelijk geval ook geen recht op een Ziektewetuitkering.
In dit geval was sprake van een werknemer die niet alleen eerst ziek was en toen gedetineerd werd, maar waarvan de reden van de detentie ook verband hield met de ziekte. Met name dit laatste maakt dat de primaire reden van het niet kunnen werken de ziekte was, en niet de detentie.