Centrale Raad van Beroep keert terug op zijn schreden ten aanzien van begrip "gewerkte dag"

Uitgavejaar: 2005
Uitgavenummer: 109
Vindplaats: CRvB 28 juli 2005, USZ 2005/340-341 en 342

Uitspraak

De Centrale Raad van Beroep heeft op 28 juli 2005 een serie uitspraken gedaan, die een einde maakt aan de discussie die de laatste jaren heeft bestaan over de vraag wanneer sprake is van een "gewerkte dag" ("loondag") voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Dat begrip speelt op twee manieren een rol bij de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Op de eerste plaats worden boven een bedrag van 167 per gewerkte dag geen premies geheven. Op de tweede plaats wordt het deel van de WW-premie dat (gedeeltelijk door werkgevers en gedeeltelijk door werk-nemers) in het Algemeen Werkloosheidsfonds wordt gestort voor de eerste 58 per gewerkte dag niet geheven.
In een eerste serie uitspraken oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat dagen waarop ten gevolge van vakantie of erkende feestdagen niet is gewerkt wel moeten worden aangemerkt als loondag waarover premies werknemers-verzekeringen verschuldigd zijn.
In een tweede serie uitspraken wordt dan geoordeeld over de speciale situatie van ploegendiensten waarbij gewerkt wordt in een rooster van "veertien dagen op/veertien dagen af". De Raad oordeelt dat voor weken waarin in het geheel niet gewerkt wordt, niet op grond van de bepaling van artikel 9 lid 5 van de Co


Commentaar

Met deze uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan de discussie over de strekking van het begrip “gewerkte dag” (“loondag”) definitief ten grave worden gedragen. Om zover te komen moet de Centrale Raad van Beroep wel alle registers opentrekken om de kennelijk bij nader inzien toch te verstrekkend geachte gevolgen van een eerdere uitspraak van die Raad tot meer aanvaardbare proporties terug te brengen.

Op 31 mei 2001, USZ 2001/195 en RSV 2001/184, had de Centrale Raad van Beroep een uitspraak gedaan over het begrip “gewerkte dag” in een situatie waarin “veertien dagen op/veertien dagen af” gewerkt werd. Het UWV had op de gebruikelijke wijze premies geheven uitgaande van twintig gewerkte dagen, maar volgens de Centrale Raad van Beroep hadden dat er maar tien mogen zijn, omdat per week maar vijf dagen mogen worden geteld en over de veertien dagen waarin niet gewerkt werd geen dagen mogen worden geteld. De formulering van de uitspraak van de Raad was zo ruim, dat werkgevers in veel gevallen gingen betogen dat ook vakantiedagen en ziektedagen niet als gewerkte dag konden worden beschouwd. De rechtbank Rotterdam honoreerde deze uitleg in zijn uitspraak van 14 januari 2004, USZ 2004/68. Dat bracht de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid er toe om op 3 februari 2004 een besluit (de “Regeling Loondagen”) te nemen waarin hij het begrip “gewerkte dag” met terugwerkende kracht tot 1 januari 1995 “verduidelijkte”, op zodanige manier dat vakantiedagen en ziektedagen alsnog als een gewerkte dag zouden worden aangemerkt. De rechtbank Arnhem achtte de terugwerkende kracht van dat besluit in zijn uitspraak van 23 juli 2004 (nummer AWB 03/1543, 03/1546, 03/1764-1765, www.rechtspraak.nl AP 8664) echter in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. En als klap op de vuurpijl kwam de rechtbank Alkmaar (5 december 2003, USZ 2004/128) met een verrassende uitspraak die het mogelijk zou maken om ook oude premiebesluiten opnieuw voor de rechter te brengen.

De Centrale Raad van Beroep heeft op 28 juli 2005 geoordeeld dat het begrip “gewerkte dag” niet beperkt is tot dagen waarop loon is ontvangen én gewerkt is. De Raad omzeilt daarmee discussie over de vraag of de “verduidelijking” met terugwerkende kracht niet in strijd is met internationale verdragsbepalingen over een eerlijk proces en over de eigendomsbescherming, maar moet daartoe in feite wel zijn eerdere uitspraak van 31 mei 2001 terugnemen (al ziet de Raad dat zelf anders).

Voor wat betreft de heffing van premies werknemersverzekeringen in de bijzondere situatie van een rooster met “veertien dagen op/veertien dagen af” handhaaft de Centrale Raad van Beroep wel zijn eerdere uitspraak, ondanks de kritiek die daarop mogelijk is. De vreemde consequentie is dat voor iemand die eerst twee weken zeven dagen werkt en vervolgens twee weken niet werkt tien loondagen gelden, terwijl iemand die eerst twee weken zes dagen werkt en vervolgens twee weken één dag twintig loondagen. De Raad wil kennelijk niet ook in dit geval (een geval dat in de praktijk weinig voorkomt en dus weinig impact heeft) nog eens terugkomen op een eerdere uitspraak en handhaaft de eerdere uitspraak, ondanks dat die verre van logisch is.

Vanaf 1 januari 2006 speelt het loondagenbegrip overigens geen rol meer. De heffing van de premies werknemersverzekeringen wordt dan een integraal onderdeel van de heffing van de loonbelasting, en de premies werknemersverzekeringen worden niet langer per loondag, maar per loontijdvak (maand, vier weken) berekend.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Het vonnis van de Centrale Raad van Beroep is dus niet altijd onherroepelijk, de dames en de heren van de Raad moeten niet denken dat zij übermenschen zijn.
Door H.Tahapary op vrijdag 11 oktober 2013