Geen verplichting tot aanvaarden van lager salaris in lagere functie bij reorganisatie

Uitgavejaar: 2000
Uitgavenummer: 39
Vindplaats: Zie: president rechtbank Leeuwarden 21 maart 2000, JAR 2000, 99

Uitspraak

Bij een bibliotheekcentrale is sinds 1986 een werknemer in dienst, die afdelingshoofd interne zaken is op een moment dat een reorganisatie moet worden doorgevoerd. Deze functie komt te vervallen en aan de werknemer wordt per 1 januari 1998 de functie van medewerker interne zaken toegekend met behoud van salaris. In oktober 1998 is zijn functie gewijzigd en op 30 december 1998 is hem medegedeeld dat voor hem geen andere functie beschikbaar is. Op 30 maart 1999 ontstaat een vacature voor helpdesk-medewerker, welke echter geen functie is die passend is in de zin van het sociaal plan en waarvoor in het sociaal plan daarom geen salarisgarantie is opgenomen. Partijen zijn het er wel over eens dat de functie voor de werknemer geschikt is, maar de vraag of de werknemer daarbij een salarisverlaging heeft te accepteren houdt partijen verdeeld. De bibliotheekcentrale vindt dat de werknemer als goed werknemer een salarisverlaging moet accepteren. De werknemer beroept zich op een eerder gedane salarisgarantie en stelt dat een salarisachteruitgang van ƒ 840 per maand op een salaris van ƒ 6.168 bruto per maand niet redelijk is. De president van de rechtbank in kort geding overweegt eerst dat een werknemer in het algemeen positief behoort in te gaan op redelijke voorstellen van de werkgever en dat hij deze alleen mag afwijzen wanneer de aanvaarding van die voorstellen redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. Dat laatste is echter volgens de president het geval. De salarisachteruitgang per maand is aanzienlijk. Bovendien mocht de werknemer afgaan op de schriftelijke toezegging dat hij er niet in salaris op achteruit zou gaan. De werkgever moet van de president de functie aanbieden tegen het oude salaris.


Commentaar

Het is met deze uitspraak als met zoveel andere uitspraken over het recht van de werkgever eenzijdig een salarisverlaging door te voeren. Meestal wordt een dergelijke eenzijdige salarisverlaging wel mogelijk geacht, maar niet in het onderhavige geval toegepast. In de praktijk geloven wij dan ook niet in de haalbaarheid van een verlaging van het salaris. In het onderhavige geval speelde de toezegging van de werkgever dat het salaris niet zou worden verlaagd, natuurlijk een belangrijke rol. Of de uitspraak anders zou zijn uitgevallen als die toezegging niet zou zijn gedaan, wagen wij echter te betwijfelen.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.