Pensioenfonds moet premies WAO-gat verzekering restitueren

Uitgavejaar: 2007
Uitgavenummer: 138
Vindplaats: Kantonrechter

Uitspraak

Het bedrijfspensioenfonds voor de landbouw kent een verplicht arbeidsongeschiktheidspensioen dat het risico dekt van het zogenaamde "WAO-gat" of "WAO-hiaat". Dat is het verschil tussen de WAO-loondervingsuitkering (70% van het dagloon) en de WAO-vervolguitkering (70% van het lagere vervolgdagloon).

Met ingang van 29 december 2005 is de WIA in werking getreden als opvolger van de WAO. (N.B.: het vonnis van de kantonrechter vermeldt ten onrechte 1 januari 2006 en geeft ook een verkeerde volledige naam behorend bij de afkorting WIA.) Werknemers die in 2004 en 2005 arbeidsongeschikt zijn geworden krijgen na 104 weken eventueel een WIA-uitkering en worden daarom niet meer geconfronteerd met een WAO-gat. Dat is voor een drietal werkgevers reden om het bedrijfspensioenfonds te vragen om de premies van het arbeidsongeschiktheidspensioen over 2004 en 2005 terug te vragen. Het bedrijfspensioenfonds weigert dat, stellend dat premierestitutie onaanvaardbaar hoge kosten met zich meebrengt, zodat in overleg met FNV en CNV is besloten om de premies ten goede te laten komen aan de werknemers door de helft aan te wenden als indexatie reserve voor de actieve deelnemers aan het bedrijfspensioenfonds en de helft toe te voegen aan de algemene reserve. Ook stelt het pensioenfonds in 2004 en 2005 risico te hebben gelopen, omdat de WIA toen nog niet was ingevoerd. Tenslotte zou eventuele premierestitutie niet aan de werkgevers maar aan de werknemers moeten plaatsvinden, omdat zij uiteindelijk de premie betaald hebben.

De kantonrechter veroordeelt het bedrijfspensioenfonds tot terugbetaling van de in 2004 en 2005 afgedragen premies voor de WAO-gat verzekering. Achteraf moet geconstateerd worden dat het pensioenfonds het verzekerde risico niet heeft gelopen. Dat betekent zowel onder het oude verzekeringsrecht dat tot 1 januari 2006 gold als onder het nieuwe verzekeringsrecht dat vanaf 1 januari 2006 geldt, dat premierestitutie moet plaatsvinden. Wel mag het pensioenfonds daarbij een billijke vergoeding in mindering brengen voor de kosten die ten laste van het pensioenfonds zijn gekomen. De premierestitutie moet plaatsvinden aan de werkgevers die voor doorbetaling aan de werknemers moeten zorgen. Dat de terugbetaling veel werk met zich mee brengt maakt volgens de kantonrechter niet dat de terugbetaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het overleg dat met FNV en CNV is gevoerd nadat besloten was niet tot premierestitutie over te gaan, maakt dit niet anders.


Commentaar

Bij de invoering van de WIA hebben wij (onder meer tijdens diverse studiebijeenkomsten) geadviseerd de over 2004 en 2005 betaalde premies van verzekeringen die gerelateerd zijn aan het WAO-risico (niet alleen verzekeringen van het WAO-gat maar ook verzekeringen van het WAO-eigenrisicodragen en het WAO-excedent) terug te vorderen. Een advies dat wij ter zake vroegen aan een deskundige op het gebied van het verzekeringsrecht leverde echter een ander standpunt op dan het onze, maar wij zijn ook toen van mening gebleven dat het tot premierestitutie zou moeten komen. Naar nu blijkt terecht, althans als het vonnis van de kantonrechter ook in (eventueel) hoger beroep stand houdt.

In veel gevallen zullen werkgevers zijn ingegaan op het aanbod van verzekeraars om de verzekering van het WAO-risico met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004 om te zetten in een verzekering van het WIA-risico (het WGA-hiaat, het WGA-eigenriscodragen en het WIA-excedent. In dat geval hebben zij afstand gedaan van het recht op premierestitutie. Werkgevers die hun verzekering van het WAO-gerelateerde risico hebben beëindigd hebben echter recht op premierestitutie. Indien zij die niet hebben ontvangen, kunnen zij die alsnog vorderen.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.