Profiteren door werkgever van overtreding concurrentiebeding door werknemer

Uitgavejaar: 2009
Uitgavenummer: 162
Vindplaats: Rechtbank Rotterdam 7 januari 2009, www.rechtspraak.nl, ljn: BH1602

Uitspraak

Een administratiekantoor houdt zich bezig met het voeren van de boekhouding en het verzorgen van aangiften voor Poolse zelfstandigen die in Nederland werken. Bij het boekhoudkantoor werkt een administratief medewerkster wiens loon niet hoger is dan het wettelijk minimumloon. In haar overeenkomst staat een concurrentiebeding. Zij gaat op 1 april 2007 bij een concurrerend kantoor werken. Op 5 augustus 2007 stuurt het kantoor van de oude werkgever een brief in het Pools naar haar klanten waarbij wordt medegedeeld dat het kantoor gaat sluiten en dat de overeenkomsten tussen de klanten en het kantoor zullen worden voortgezet door een derde. Drie dagen later schrijft de werkneemster namens haar nieuwe werkgever een brief in het Pools naar de klanten waarin er op wordt gewezen dat de klanten het recht hebben om zelf te kiezen met welk administratiekantoor zij zaken willen doen. Bij de brief zijn visitekaartjes gevoegd van de werkneemster en van de directeur van haar nieuwe werkgeefster.

De oude werkgeefster heeft vervolgens de werkneemster met succes bij de kantonrechter aangesproken wegens overtreding van het concurrentiebeding. De kantonrechter heeft de verweren van de werkneemster verworpen. De werkneemster had gesteld dat haar werkzaamheden bij de nieuwe werkgever verschillen van haar werkzaamheden bij de oude werkgever maar de kantonrechter stelt vast dat de activiteiten van de nieuwe werkgever gelijksoortig zijn aan die van de oude werkgever. Ook heeft de werkneemster het concurrentiebeding overtreden door betrokken te zijn bij de brief aan de Poolse klanten van de oude werkgever. Dat de oude werkgever het salaris van de werkneemster zelden op tijd betaalde maakt niet dat de oude werkgever schadeplichtig is (in welk geval het concurrentiebeding zou vervallen) omdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd door het verstrijken van de overeengekomen duur en de werkgever dus ter zake van het eindigen van de arbeidsovereenkomst niet schadeplichtig is. Dat het boetebeding afwijkt van de wettelijke bepalingen inzake het boetebeding in arbeidsovereenkomsten is volgens de kantonrechter niet relevant omdat de Hoge Raad heeft bepaald dat deze wettelijke bepalingen niet zien op het boetebeding bij een concurrentiebeding. De oude werkgever heeft volgens de kantonrechter ook een belang bij het concurrentiebeding behouden ook al heeft hij zijn bedrijf op 13 augustus 2007 verkocht, op de eerste plaats omdat de werkneemster al eerder uit dienst was en op de tweede plaats omdat een concurrentiebeding volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad ook blijft gelden na de overdracht van de onderneming. En tenslotte heeft de kantonrechter het verweer verworpen dat de werkzaamheden van de werkneemster bij de oude werkgever van zodanig laag niveau waren dat de werkgever geen belang had bij een concurrentiebeding. De werkzaamheden van de werkneemster hielden meer in dan de werkneemster wil doen geloven en de werkgever heeft belang bij bescherming van zijn bedrijf. De werkneemster heeft bij de kantonrechter slechts succes met haar verzoek tot matiging van de verbeurde contractuele boetes. Het bedrag van 191.000 euro wordt gematigd tot 5.000 euro. Dat is de helft van de verkoopprijs van het bedrijf van de oude werkgever die de derde niet heeft voldaan, terwijl de derde alsnog 3.500 euro zal voldoen.

In de zaak bij de rechtbank gaat het om een onrechtmatige daad die de nieuwe werkgever tegenover de oude werkgever gepleegd zou hebben door te profiteren van de wanprestatie van de werkneemster. De rechtbank neemt de overwegingen van het vonnis van de kantonrechter in de zaak tegen de werkneemster over en stelt nu te moeten beoordelen of de werkgever willens en wetens van die wanprestatie heeft geprofiteerd. Maar hij vraagt zich af welke schade de oude werkgeefster nog lijdt nadat de werkneemster het bedrag van 5.000 euro heeft betaald en gelast daarom dat partijen voor de rechtbank verschijnen om daarover informatie te geven.


Commentaar

Het profiteren van de wanprestatie van een ander is volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad alleen een onrechtmatige daad als sprake is van bijkomende omstandigheden. Die zouden in dit geval gelegen kunnen zijn in het feit dat de nieuwe werkgever zelf een brief heeft gestuurd aan de klanten van de oude werkgever.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.