Werkgever belanghebbende bij besluiten op grond van Ziektewet

Uitgavejaar: 2002
Uitgavenummer: 67
Vindplaats: Zie: CRvB 24 september 2002, USZ 2002/292

Uitspraak

Een magazijnmedewerker is op 26 juli 1999 als arbeidsgehandicapte werknemer bij zijn werkgever in dienst getreden, als gevolg waarvan de werknemer recht heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet als hij op 21 augustus 2000 arbeidsongeschikt wordt en de werkgever dat ziekengeld kan verrekenen met het aan de werknemer door te betalen loon.De werkgever heeft van de ziekmelding van de werkgever mededeling gedaan aan haar arbodienst. Het UWV stelt de ziekmelding van de arbodienst pas op 3 januari 2001 te hebben ontvangen. Op 2 februari 2001 besluit het UWV dat het ziekengeld over het tijdvak van 21 augustus 2000 tot 3 januari 2001 niet wordt betaald. Bij brief van 6 maart 2001 maakt de werkgever daartegen bezwaar. Het UWV verklaart de werkgever niet ontvankelijk in zijn bezwaar, omdat de werkgever volgens het UWV geen belanghebbende is die bezwaar tegen het besluit kan maken. Het UWV erkent wel dat de werkgever een financieel belang heeft bij het besluit tot weigering van het ziekengeld, maar is van mening dat het belang niet zoals vereist een rechtstreeks belang is, omdat de loondoorbetalingsverplichting berust op de contractuele relatie van de werkgever en de werknemer. De rechtbank te Middelburg volgt het UWV in deze redenering en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond.In hoger beroep vindt de werkgever echter de Centrale Raad van Beroep aan zijn zijde. De Centrale Raad van Beroep merkt als de cruciale vraag aan of de werkgever de gevolgen van het Ziektewetbesluit uitsluitend via de contractuele relatie met de werknemer ondervindt dan wel of dat besluit ook rechtstreeks gevolgen heeft voor de belangen van de werkgever. Met een uitvoerige motivering betreffende de wijzigingen die sinds 1996 in het wettelijke systeem zijn opgetreden, beslist de Raad dat de wet de bron van de loondoorbetalingsverplichting is, dat het besluit tot toekenning of weigering van het ziekengeld daarin doorwerkt en dat de belangen van de werkgever dus rechtstreeks bij Ziektewetbesluiten van werknemers zijn betrokken. De werkgever is dan ook belanghebbende bij die Ziektewetbesluiten en dient in zijn bezwaren tegen die besluiten te worden ontvangen.De Raad maakt echter een uitzondering voor besluiten omtrent de aanspraken van de werknemer op het ziekengeld. Als de vraag aan de orde is of de werknemer al dan niet ongeschikt tot werken is, geldt een wettelijke uitzondering waardoor de werkgever dan geen bezwaar kan maken. In het onderhavige geval ging het echter volgens de Raad niet om de vraag of de werknemer arbeidsongeschikt was of niet, maar om de vraag of het ziekengeld uitbetaald moest worden of niet.


Commentaar

Behalve in de gevallen waarin een werknemer geen werkgever meer heeft die het loon tijdens ziekte door kan betalen (Ziektewet als ìvangnetî), kan de werknemer bijvoorbeeld aanspraak maken op een Ziektewetuitkering als hij als arbeidsgehandicapte werknemer in dienst is getreden, of als de ziekte verband houdt met zwangerschap of bevalling. Het echte zwangerschaps- en bevallingsverlof van 16 weken is daarbij inmiddels vanuit de Ziektewet overgebracht naar de Wet Arbeid en Zorg. Bij die Ziektewetuitkering zijn dan niet alleen (of zelfs niet in de eerste plaats) de belangen van de werknemer betrokken, maar (vooral) ook de belangen van de werkgever. De werkgever is immers volgens de wet tot loondoorbetaling verplicht, maar mag op die loondoorbetaling de ontvangen Ziektewetuitkering in mindering brengen. Tegelijkertijd werd de werkgever voorheen meestal niet erkend als belanghebbende bij die uitkering, die tegen de besluiten tot weigering of toekenning van de uitkering bezwaar kon maken. Door de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep verandert dat, met dien verstande dat de Raad de werkgever vanwege een wettelijke uitzonderingsbepaling niet tot het indienen van bezwaar wil toelaten als het gaat om de vraag of de werknemer al dan niet arbeidsongeschikt is. Die wettelijke uitzondering is gebaseerd op privacybescherming van de werknemer. Wij zijn van mening dat de Raad gehouden is de werkgever ook in dat geval als belanghebbende bij besluiten toe te laten, als de werkgever een beroep doet op het door artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) beschermde recht op een eerlijk proces.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.