Wijziging van duur van de arbeidsovereenkomst tijdens proeftijd

Download PDF-bestand: Arbeidsrecht Actueel nr. 302
Uitgavejaar: 2018
Uitgavenummer: 302
Vindplaats: Kantonrechter Nijmegen 12 april 2018, 663082\HA VERZ 18-14\572, AR Updates 2018-0670

Uitspraak

Een werkgever maakte geen misbruik van de proeftijd door een voor onbepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst in de proeftijd te beëindigen en de werkneemster vervolgens een arbeidsovereenkomst aan te bieden voor (ongeveer) drie maanden.

De arbeidsovereenkomst gaat in op maandag 6 november 2017. In een gesprek op 4 december 2017 zegt de werkgever de arbeidsovereenkomst op met een beroep op het proeftijdbeding. In een brief van 5 december 2017 wordt die opzegging bevestigd. Als reden voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt daarbij opgegeven dat de tijd te kort is geweest om met volle overtuiging te kunnen zeggen dat de werkneemster de functie naar wens vervult. Als verzachtende omstandigheid wordt aangevoerd dat de functie nieuw is. Om die reden wordt voorgesteld een arbeidsovereenkomst voor de duur van twee maanden te sluiten. Op 6 december 2017 wordt dan een arbeidsovereenkomst gesloten tot en met 28 februari 2018. Op 5 januari 2018 wordt de werkneemster echter op non-actief gesteld en aan haar wordt medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst na 28 februari 2018 niet zal worden voortgezet. Bij brief van 8 januari 2018 wordt dat nog bevestigd. De werkneemster stelt dan dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd onrechtmatig is geëindigd en vordert doorbetaling van het loon.
Als tussen partijen geen overeenstemming wordt bereikt over een oplossing van het geschil, vordert de werkneemster bij de kantonrechter een billijke vergoeding en een vergoeding wegens opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder opzegtermijn. De werkneemster stelt daarbij dat zij een vaste dienstbetrekking had, dat zij door een headhunter is benaderd voor de functie bij de werkgever en dat zij, vanwege haar persoonlijke en financiële situatie, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft bedongen, zij het met een maand proeftijd, waarna deze proeftijd feitelijk is verlengd. Omdat de proeftijd is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is bedoeld, zou sprake zijn van misbruik van recht. Het proeftijdbeding zou ook nietig zijn. Omdat sprake zou zijn van verwijtbaar handelen, zou een billijke vergoeding verschuldigd zijn.
De kantonrechter oordeelt dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst op 4 december 2017 niet in strijd was met de wettelijke regels en dat op grond van die opzegging geen reden bestond voor de toekenning van een billijke vergoeding. Voor zover de werkneemster van mening zou zijn dat de werkgever vervolgens niet een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had mogen aanbieden, had de werkneemster volgens de kantonrechter het eindigen van die overeenkomst moeten aanvechten, omdat die dan niet zonder opzegging kan eindigen. Dat had de werkneemster niet gedaan. Maar ook als de werkneemster dat wel zou hebben gedaan, is in het onderhavige geval volgens de kantonrechter geen sprake van misbruik van het recht om een beroep te doen op het proeftijdbeding. Om de nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou door de werkneemster zijn gevraagd en deze zou door de werkgever uit coulance zijn aangeboden, nadat daarover door partijen was onderhandeld. Van een verlengde proeftijd is volgens de kantonrechter ook geen sprake omdat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet tussentijds kan worden beëindigd. Voor zover de werkneemster zich beroept op handelen in strijd met goed werkgeverschap, kan daarop volgens de wet geen billijke vergoeding worden gebaseerd, aldus de kantonrechter. En als dat al anders zou zijn, is volgens de kantonrechter geen sprake van handelen in strijd met goed werkgeverschap. De werkneemster is niet binnengehaald door een headhunter maar door een gemeenschappelijke relatie benaderd. De selectieprocedure is zorgvuldig geweest en er is oog geweest voor het risico dat voortvloeit uit het feit dat de werkgever geen ervaring had met de functie van personal assistent. Ook het feit dat de werkgever de werkneemster met doorbetaling van salaris op non-actief heeft gesteld, is volgens de kantonrechter een blijk van goed werkgeverschap.


Commentaar

Hoewel deze beschikking van de kantonrechter anders doet vermoeden, is het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tijdens de proeftijd en het vervolgens aanbieden van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd riskant. Dergelijk handelen kan gemakkelijk worden gezien als misbruik van het recht om op de proeftijd een beroep te doen. Deze is immers bedoeld om de arbeidsovereenkomst te beëindigen en niet om de arbeidsverhouding voort te zetten met andere arbeidsvoorwaarden (een andere duur van de arbeidsovereenkomst). Het lijkt er op dat de gemachtigde van de werkneemster in dit geval niet adequaat heeft geprocedeerd door niet de juiste vorderingen in te stellen. De kantonrechter maakt echter ook duidelijk dat het wel instellen van de juiste vorderingen (dat zou deels in hoger beroep nog kunnen) de werkneemster niet zou hebben gebaat. Dat oordeel is echter sterk afhankelijk van een inschatting van de omstandigheden in het onderhavige geval en bovendien ook nog wel betwistbaar. In een geval waarin de omstandigheden wat anders liggen (of zelfs alleen bij raadpleging van een andere rechter) zou dit oordeel zo maar eens anders kunnen uitvallen.



Een reactie plaatsen


Naam: *
E-mailadres: *
Uw reactie:
Neem de code over: *


Reacties


Er zijn nog geen reacties.