Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens weigering om mondkapje te dragen


Uitgavejaar: 2021
Uitgavenummer: 446
Vindplaats: De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst van een werknemer die, ondanks herhaalde aanmaning en waarschuwing, weigerde een mondkapje tijdens het werk te dragen. Omdat de omstandigheden van het geval meebrachten dat sprake was van ernstig verwijtbaar gedrag, had de werknemer ook geen recht op transitievergoeding. Bij een schoonmaakbedrijf werkt een werknemer die op Schiphol vliegtuigen moet schoonmaken. Vanwege de uitbraak van het coronavirus geldt op Schiphol een mondkapjesplicht. Ook de luchtvaartmaatschappijen die opdrachtgever zijn van de schoonmaakwerkzaamheden, hanteren een strikte mondkapjesplicht aan boord van vliegtuigen. De werknemer heeft de verplichting tot het dragen van mondkapjes ook schriftelijk aan haar werknemers bekend gemaakt. De werknemer is echter van mening dat de mondkapjesplicht een schending vormt van zijn rechten. Als de werknemer bij herhaling weigert om een mondkapje te dragen, ook nadat hij er voor is gewaarschuwd dat een weigering gevolgen kan hebben voor zijn dienstverband, wordt de werknemer op non-actief gesteld. De werkgever vraagt daarop de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden. De werknemer laat zich in de procedure bij de rechtbank niet bijstaan door een raadsman of raadsvrouw, maar voert zelf verweer. De kantonrechter vindt de stukken die de werknemer bij wijze van verweer heeft ingediend echter zo onsamenhangend, dat deze niet te begrijpen zijn. De stukken zijn bovendien in het Engels, terwijl de voertaal in de procedure Nederlands is. Daarom besluit de kantonrechter geen acht te slaan op deze stukken. Volgens de kantonrechter mocht de werkgever de werknemer de verplichting opleggen om tijdens de werkzaamheden een mondkapje te dragen, zeker in een omgeving als een luchthaven waar bovengemiddeld strenge regels gelden. De hardnekkige weigering van de werknemer om dat te doen, ook na te zijn gewaarschuwd, vormt verwijtbaar gedrag, mede omdat het schoonmaakbedrijf daardoor het risico loopt opdrachten van klanten te verliezen. Omdat herplaatsing niet in de rede ligt, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. Omdat de kantonrechter van mening is dat het gedrag van de werknemer niet alleen verwijtbaar, maar ook ernstig verwijtbaar was, heeft de werknemer geen recht op transitievergoeding en wordt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang ontbonden.

Uitspraak

De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst van een werknemer die, ondanks herhaalde aanmaning en waarschuwing, weigerde een mondkapje tijdens het werk te dragen. Omdat de omstandigheden van het geval meebrachten dat sprake was van ernstig verwijtbaar gedrag, had de werknemer ook geen recht op transitievergoeding.

Bij een schoonmaakbedrijf werkt een werknemer die op Schiphol vliegtuigen moet schoonmaken. Vanwege de uitbraak van het coronavirus geldt op Schiphol een mondkapjesplicht. Ook de luchtvaartmaatschappijen die opdrachtgever zijn van de schoonmaakwerkzaamheden, hanteren een strikte mondkapjesplicht aan boord van vliegtuigen. De werkgever heeft de verplichting tot het dragen van mondkapjes ook schriftelijk aan haar werknemers bekend gemaakt. De werknemer is echter van mening dat de mondkapjesplicht een schending vormt van zijn rechten. Als de werknemer bij herhaling weigert om een mondkapje te dragen, ook nadat hij er voor is gewaarschuwd dat een weigering gevolgen kan hebben voor zijn dienstverband, wordt de werknemer op non-actief gesteld. De werkgever vraagt daarop de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden.
De werknemer laat zich in de procedure bij de rechtbank niet bijstaan door een raadsman of raadsvrouw, maar voert zelf verweer. De kantonrechter vindt de stukken die de werknemer bij wijze van verweer heeft ingediend echter zo onsamenhangend, dat deze niet te begrijpen zijn. De stukken zijn bovendien in het Engels, terwijl de voertaal in de procedure Nederlands is. Daarom besluit de kantonrechter geen acht te slaan op deze stukken.
Volgens de kantonrechter mocht de werkgever de werknemer de verplichting opleggen om tijdens de werkzaamheden een mondkapje te dragen, zeker in een omgeving als een luchthaven waar bovengemiddeld strenge regels gelden. De hardnekkige weigering van de werknemer om dat te doen, ook na te zijn gewaarschuwd, vormt verwijtbaar gedrag, mede omdat het schoonmaakbedrijf daardoor het risico loopt opdrachten van klanten te verliezen. Omdat herplaatsing niet in de rede ligt, ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. Omdat de kantonrechter van mening is dat het gedrag van de werknemer niet alleen verwijtbaar, maar ook ernstig verwijtbaar was, heeft de werknemer geen recht op transitievergoeding en wordt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang ontbonden.


Commentaar

Voor het aannemen van niet slechts verwijtbaar maar ook ernstig verwijtbaar gedrag, ligt de lat hoog. De kantonrechter erkent dat de weigering een mondkapje te dragen normaal gesproken geen reden zou zijn om ernstig verwijtbaar gedrag aan te nemen. De reden dat de kantonrechter dit toch doet, is gelegen in het hardnekkige karakter van de weigering, in de risico’s die het schoonmaakbedrijf daardoor liep en het feit dat de werknemer niet eens wenste te overleggen over een andere functie. De kantonrechter vermeldt het niet in haar uitspraak, maar wellicht speelde ook nog een rol dat de werknemer zich ten opzichte van zijn collega’s er openlijk over had uitgelaten dat hij zou weigeren om een mondkapje te dragen, omdat hij sterker zou staan dan de werkgever. Daarmee had de werknemer ook bewust geprobeerd het gezag van de werkgever te ondermijnen.