Geen recht op overwerktoeslag bij verplichte opleiding buiten arbeidstijd


Uitgavejaar: 2022
Uitgavenummer: 461
Vindplaats: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2449

Uitspraak

Een werkgever die op grond van de cao verplicht was om zijn werkgevers scholing onder arbeidstijd aan te bieden, was wel verplicht om tijdens de scholing het loon door te betalen, maar niet om dan ook overwerktoeslag te betalen als die scholing buiten de normale arbeidstijd plaatsvindt. Daarbij is van belang dat de werknemer zelf kon kiezen of de scholing tijdens dan wel buiten de normale arbeidstijd zou plaatsvinden.

Een werkgever die met een vakbond een cao had afgesloten voor de werknemers in zijn onderneming, had in die cao afgesproken dat werknemers een budget van € 1.200 per drie jaar kregen, dat de werknemers zelf zouden kunnen inzetten voor behoud en ontwikkeling van hun inzetbaarheid. Daarbij was afgesproken dat opleidingstijd onder bepaalde voorwaarden als arbeidstijd wordt aangemerkt. De werkgever betaalt in dat geval het loon gedurende de opleidingstijd ook door. De vakbond wil echter dat de werkgever ook overwerktoeslag betaalt als een werknemer de opleiding buiten het normale dienstrooster volgt.
De kantonrechter wijst die vordering toe, maar als de werkgever hoger beroep instelt, oordeelt het gerechtshof anders. Het hof stelt voorop dat de tijd besteed aan de opleiding arbeidstijd is in de zin van de Arbeidstijdenwet, maar dat dat nog niet betekent dat het ook gaat om arbeidstijd in de zin van de arbeidsvoorwaarden die de partijen hebben afgesproken. Op basis van een uitleg van de cao waarbij de bewoordingen van de cao bepalend zijn en niet de bedoeling van de cao-partijen, concludeert het gerechtshof dat opleidingstijd voor wat betreft de wijze van beloning anders mag worden behandeld dan gewone werktijd. De cao kent als uitgangspunt dat de werkgever en de werknemer samen verantwoordelijk zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de inzetbaarheid van de werknemer. Het hof vindt het niet in overeenstemming met dat uitgangspunt dat de werknemer, die zelf kan kiezen of hij de opleiding in dan wel buiten het normale dienstrooster wil volgen, de keuze om dat buiten het dienstrooster te doen kan afwentelen op de werkgever door aanspraak te maken op overwerktoeslag.


Commentaar

Ondanks dat het arrest van het gerechtshof de uitleg van een specifieke bepaling uit een bedrijfscao betreft, is het arrest toch interessant in verband met het feit dat op 1 augustus 2022 een wet in werking moet treden waarin ook geregeld is dat scholing onder bepaalde voorwaarden ook onder werktijd moet plaatsvinden. De wet dient ter uitvoering van een Europese Richtlijn. Vanaf het moment van de inwerkingtreding van die wet moet scholing gratis zijn en onder werktijd plaatsvinden als het gaat om scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de werknemer. Ook als het gaat om scholing die noodzakelijk is om de arbeidsovereenkomst van de werknemer te kunnen voortzetten, omdat de functie van de werknemer komt te vervallen of omdat de werknemer niet langer in staat is om die functie uit te oefenen, moet de scholing gratis zijn en onder werktijd plaats te vinden, maar dan alleen als dat ook redelijkerwijs van de werkgever kan worden verlangd.
Als sprake is van scholing die de werknemer gratis en onder werktijd moet kunnen volgen, is een bepaling die de werknemer verplicht om die studiekosten terug te betalen als de werknemer binnen een bepaalde tijd na het volgen van de scholing de arbeidsovereenkomst opzegt of als de opleiding niet met goed gevolg wordt afgerond, niet rechtsgeldig. Daarbij dient echter te worden bedacht dat studiekostenbedingen in de praktijk vooral opleidingen betreffen die de werknemer in staat moeten stellen om een hogere functie te verkrijgen. Studiekostenbedingen blijven dan gewoon rechtsgeldig.