Ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot kosten die in mindering gebracht mogen worden op de transitievergoeding (Besluit transitievergoeding),
Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33818, nr. 59
Op 1 juli 2015 treden de wetsbepalingen uit de Wet Werk en Zekerheid in werking, waarin de herziening van het ontslagrecht is geregeld. De daarin opgenomen
bepaling van artikel 7:673 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek geeft elke werknemer waarvan de arbeidsovereenkomst tenminste twee jaar heeft geduurd
recht op een wettelijk geregelde ontslagvergoeding (de transitievergoeding) in geval van:
opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever;
ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter op verzoek van de werkgever;
niet-voortzetting van de van rechtswege geëindigde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op initiatief van de werkgever.
Deze transitievergoeding heeft enerzijds het karakter van een standaardvergoeding waarmee de gevolgen van het ontslag worden verzicht, maar beoogt ook om
de overgang naar een andere baan te vergemakkelijken. Dit laatste karakter blijkt uit het feit dat bij Algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald
dat onder bepaalde voorwaarden op de transitievergoeding kosten in mindering mogen worden gebracht.
Het gaat dan om:
transitiekosten, dat wil zeggen: kosten die de werkgever reeds heeft gemaakt met het oog op het eindigen van de arbeidsovereenkomst en die ten doel
hebben werkloosheid te voorkomen of te bekorten, zoals kosten van scholing, outplacement of het in acht nemen van een langere opzegtermijn (artikel
7:673 lid 6 onder a B.W.);
inzetbaarheidskosten, dat wil zeggen: kosten die verband houden met het bevorderen van brede inzetbaarheid van de werknemer, zoals kosten van een niet
werkgerelateerde cursus of talencursus, een cursus persoonlijke ontwikkeling of een managementcursus in gevallen waarin de werknemer geen zich heeft op
een managementcursus bij de eigen werkgever (artikel 7:673 lid 6 onder b B.W.).
Inmiddels heeft de Staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een ontwerp voor deze Algemene maatregel van bestuur (het Besluit
transitievergoeding) naar de Tweede Kamer gestuurd, waaruit blijkt onder welke voorwaarden deze transitiekosten en inzetbaarheidskosten in mindering kunnen
worden gebracht. Daartoe moet aan de volgende eisen zijn voldaan:
De werknemer moet schriftelijk hebben ingestemd met het in mindering brengen van de kosten op de transitievergoeding. Deze schriftelijke instemming moet
zijn verleend voordat de kosten zijn gemaakt en de te maken kosten moeten daarbij zijn gespecificeerd (artikel 2 lid 1 Besluit transitievergoeding). De eis
van schriftelijke instemming van de werknemer geldt niet als de werkgever op grond van een CAO of sociaal plan of op grond van een andere afspraak met de
werknemer of met de ondernemingsraad of een vakbond verplicht is om transitiekosten of inzetbaarheidskosten te maken (artikel 2 lid 2 Besluit
transitievergoeding).
De eis van voorafgaande schriftelijke instemming verhinderd dat op de transitievergoeding kosten in mindering worden gebracht die zijn gemaakt nog
voordat kon worden voorzien dat sprake zou zijn van een verplichting tot betaling van een transitievergoeding. De eis dat daarbij de kosten
gespecificeerd zijn (waarschijnlijk gesteld om te voorkomen dat de werknemer een "blanco cheque” geeft voor het in mindering brengen van de kosten op
de transitievergoeding) brengt ook op dit punt nog een verdere beperking aan.
De kosten moeten door de werkgever zijn gemaakt ten behoeve van de werknemer aan wie de transitievergoeding is verschuldigd (artikel 3 onder a Besluit
transitievergoeding). Kosten van voorzieningen (op grond van bijvoorbeeld een CAO of sociaal plan) waarvan de werknemer gebruik had kunnen maken, maar
waarvan hij niet daadwerkelijk gebruik gemaakt heeft, mogen dus niet in mindering worden gebracht.
De kosten mogen niet het loon van de werknemer betreffen (artikel 3 onder b Besluit transitievergoeding). De kosten ter zake van het loon over de tijd
waarin een cursus is gevolgd, kunnen dus niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Kosten ter zake van het in acht nemen van een langere
opzegtermijn kunnen echter in mindering worden gebracht op de transitievergoeding indien de werknemer daarbij is vrijgesteld van de verplichting om
werkzaamheden te verrichten (artikel 5 Besluit transitievergoeding).
De kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot het doel waarvoor ze gemaakt zijn (artikel 3 onder c Besluit transitievergoeding).
De kosten mogen niet zijn gemaakt voorafgaand aan de periode waarover de transitievergoeding is verschuldigd (artikel 3 onder d Besluit
transitievergoeding).
Voor wat betreft de inzetbaarheidskosten gelden bovendien de volgende aanvullende voorwaarden:
De kosten mogen niet in directe relatie staan tot de functie die de werknemer bij de werkgever vervult (artikel 4 lid 1 Besluit transitievergoeding).
De kosten mogen niet hebben bijgedragen aan de bredere inzetbaarheid van de werknemer ten behoeve van de werkgever (artikel 4 lid 2 Besluit
transitievergoeding).
De kosten moeten ten doel hebben om bij te dragen aan de bredere inzetbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt (artikel 4 lid 3 Besluit
transitievergoeding).
De kosten moeten zijn gemaakt in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop de transitievergoeding is verschuldigd (artikel 4 lid 2 Besluit
transitievergoeding). Van deze voorwaarde kunnen de werkgever en de werknemer echter schriftelijk afwijken.
Indien sprake is van opvolgend werkgeverschap en door een vorige werkgever een transitievergoeding is betaald, kunnen kosten die zijn gemaakt door de
vorige werkgever niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding die de laatste werkgever moet betalen (artikel 6 Besluit transitievergoeding).
Wel komt de door de vorige werkgever betaalde transitievergoeding in mindering op de transitievergoeding die de laatste werkgever moet betalen (artikel
7:673 lid 5 B.W.). Indien sprake is van meerdere arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever, kunnen kosten die zijn gemaakt tijdens eerdere
arbeidsovereenkomsten in mindering worden gebracht op de transitievergoeding tenzij de kosten zijn gemaakt voordat tussen de verschillende
arbeidsovereenkomsten een tussenpoos van meer dan zes maanden heeft plaatsgevonden.
Zie voor meer informatie over de herziening van het ontslagrecht de website die ons kantoor aan dit onderwerp heeft gewijd:
Door aansluiting bij de Stichting Klachtenregeling Ongewenste Omgangsvormen kunnen werkgevers voldoen aan hun wettelijke verplichting om psychosociale arbeidsbelasting tegen te gaan.
Voor welke werknemers geldt, als zij ziek worden, de no-riskpolis? En voor welke werknemers kunt u loonkostenvoordeel of loonkostensubsidie krijgen? Christa Jacobs kan u vertellen hoe u geen kans mist om op de kosten van arbeidsongeschikte werknemers te besparen!
Wilt u daarbij ook concrete adviezen ontvangen waarmee u eventueel zelf gewenste acties kunt nemen? Upgrade dan uw arbeidsrecht abonnement naar een plus- of top abonnement!