Bronnen:
- Brief van Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer van 10 oktober 2016, Tweede Kamer 2016-2017, 26447 en 25883, nummer 58
- Voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeid
en zorg en enkele andere wetten in verband met de uitbreiding van het
kraamverlof teneinde de band tussen de partner en het kind te versterken, Tweede
Kamer 2016-2017, 34617
In de Wet arbeid en zorg (artikel 4:2) is sinds 2002 opgenomen dat de werknemer waarvan de partner bevallen is recht heeft op verlof met behoud van loon gedurende twee dagen tijdens de eerste vier weken die aanvangen met de dag waarop het kind feitelijk op hetzelfde adres als de moeder woont.
Bij de Tweede Kamer is op 25 november 2016 een wetsvoorstel ingediend dat voorziet in uitbreiding van dit kraamverlof met drie dagen onbetaald verlof. Gedurende deze dagen heeft de werknemer recht op een uitkering ten laste van het UWV ter grootte van het (gemaximeerde) dagloon. De uitkering moet worden aangevraagd via de werkgever.
Ook deze extra drie dagen moeten worden opgenomen binnen de periode van vier weken, welke periode voortaan aanvangt met ingang van de eerste dag na de dag van de bevalling.
Uit een brief aan de Tweede Kamer blijkt dat de invoering van het wetsvoorstel voorzien wordt voor 1 januari 2019. Eerdere invoering stuit af op uitvoeringsproblemen bij het UWV.