Bestuurdersaansprakelijkheid wegens te late deponeren van jaarrekening?


Een besloten vennootschap wordt in 2005 failliet verklaard. De curator heeft de bestuurders van de vennootschap persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het faillissementstekort omdat de jaarrekening te laat bij het handelsregister is gedeponeerd. De bestuurders verweren zich door te stellen dat sprake is van een onbelangrijk verzuim en dat er een aanvaardbare verklaring is voor het verzuim. De Hoge Raad buigt zich vervolgens over de zaak.

Wanneer bestuurdersaansprakelijkheid ?
Volgens de wet zijn bestuurders van een gefailleerde vennootschap persoonlijk aansprakelijk voor een faillissementstekort indien sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaande aan het faillissement én aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Indien het bestuur niet heeft voldaan aan (onder meer) de verplichting tot tijdige deponering van de jaarrekening, dan bepaalt de wet dat het bestuur daarmee zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen, zo bepaalt de wet. Het is bij te late deponering van de jaarrekening dus aan de bestuurders om te stellen en te bewijzen dat er sprake is van een onbelangrijk verzuim en/of dat dit verzuim niet een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Zoals bekend moet een jaarrekening volgens de wet binnen zeven maanden (in de praktijk  binnen dertien maanden omdat zes maanden uitstel kan worden gevraagd) na afsluiting van het boekjaar openbaar worden gemaakt. Uit eerdere uitspraken van rechters volgt dat een termijnoverschrijding van slechts enkele dagen (en daaronder wordt dan nog verstaan 12 dagen)  onder omstandigheden als een onbelangrijk verzuim kan worden beschouwd. In deze zaak is de jaarrekening 28 dagen te laat gedeponeerd. Is dit ook nog aan te merken als een onbelangrijk verzuim?  
De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af. Het gerechtshof oordeelt daarentegen  dat geen sprake is van een onbelangrijk verzuim en dat het te laat deponeren van de jaarrekening in de risicosfeer van de bestuurders ligt. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het gerechtshof en oordeelt als volgt:  

  • Of een overschrijding van de termijn als een onbelangrijk verzuim kan gelden hangt af van de omstandigheden van het geval, in het bijzonder van de redenen waarom de termijn is overschreden. Naarmate de termijnoverschrijding langer is, worden hogere eisen aan die redenen gesteld. 
  • Een termijnoverschrijding van 28 dagen (zoals in deze zaak) levert op zichzelf niet een onbelangrijk verzuim op.
  • De omstandigheid dat een vennootschap weinig activiteiten ontplooit en weinig relaties heeft (op grond waarvan het belang voor crediteuren van tijdige openbaarmaking van de jaarrekening beperkt is) brengt nog niet mee dat sprake is van een onbelangrijk verzuim.
  • Er kan wel sprake zijn van onbelangrijk verzuim indien er een aanvaardbare verklaring voor dat verzuim bestaat.
  • Ook omstandigheden die tot de risicosfeer van het bestuur behoren kunnen een aanvaardbare verklaring voor te late deponering vormen.  Dit is opvallend, omdat hierover in lagere rechtspraak wel anders is beslist.
  • Ook de omstandigheid dat het bestuur vooraf maatregelen had kunnen nemen om ervoor te zorgen dat het wel tijdig aan zijn verplichtingen kon voldoen, brengt nog niet mee dat er geen sprake is van een aanvaardbare verklaring.
De Hoge Raad verwijst de zaak vervolgens naar een ander gerechtshof. Hoe de zaak uiteindelijk voor de bestuurders afloopt, moet dus nog even worden afgewacht.    

Hoge Raad 12 juli 2013, www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:HR:2013:BZ7189

Met deze uitspraak van de Hoge Raad wordt aan bestuurders die na faillissement van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld meer ruimte gegeven om met concrete feiten en omstandigheden aan te tonen dat er sprake is van een aanvaardbare verklaring voor te late publicatie.  Dat neemt niet weg dat grote oplettendheid is geboden daar waar het gaat om de verplichtingen van een bestuur, ter voorkoming van lange en kostbare procedures. Wij adviseren u daar graag over.  

12 november 2013